>25 jaar na datum en nog steeds gerechtelijke procedures mogelijk. Hoe is dit mogelijk?
sport

Door Jana Riemslagh – 8/11/2019 – In de kijker

25 jaar na datum en nog steeds gerechtelijke procedures mogelijk.
hoe is dit mogelijk?

De Rwandese Genocide staat in het geheugen van ons allen gegrift vanwege de gruweldaden waarmee het gepaard ging. Tutsi’s en gematigde Hutu’s werden in 1994 zonder genade en in koelen bloede uitgemoord. In de periode van april tot juli 1994 lieten tussen de 500.000 en de 1 miljoen mensen het leven. Hallucinante, onvoorstelbare statistieken en moeilijk voor de geest te halen.

Het Rwanda-tribunaal, opgericht naar aanleiding van deze gebeurtenissen hebben reeds een groot aantal personen veroordeeld, onder wie hoge militairen en regeringsfunctionarissen, politici en religieuze leiders. Maar nog steeds zijn niet alle verantwoordelijken gevat en nog niet alle vraagstukken opgelost.

Zo ging op 4 november 2019 een assisenproces van start in België tegen de Rwandees Fabien Neretse. Deze man wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij 13 moorden, onder wie de Belgische Claire Beckers, haar man en hun dochter, en 3 pogingen tot moord te hebben ondernomen in 1994. In dit proces zal door de jury geoordeeld moeten worden of Neretse verantwoordelijk is voor deze moorden, maar ook of hij daarbij de bedoeling had een hele bevolkingsgroep uit te roeien. Dit laatste is namelijk een essentieel bestanddeel van het misdrijf ‘genocide’ zowel op grond van Belgische wetgeving als op grond van internationale verdragen.

Maar hoe komt het dat Neretse nog steeds berecht kan worden voor feiten die 25 jaar geleden werden gepleegd? In wat volgt zal een korte uiteenzetting gegeven worden van de Belgische en internationale wetgeving omtrent de niet-verjaarbaarheid van bepaalde misdrijven.

Op grond van artikel 21 VT Sv. en behoudens enkele uitzonderingen is aan alle misdrijven een bepaalde verjaringstermijn gekoppeld. Dit wil zeggen dat door verloop van tijd men niet meer vervolgd kan worden. Deze regeling is onder andere ingegeven door het feit dat door verloop van tijd feiten moeilijker te bewijzen zijn en zou kunnen leiden tot een schending van de rechten van verdediging. En in hoeverre is de persoon die toen de misdrijven pleegde eigenlijk nog dezelfde als diegene die terecht staat?

Eén van de uitzonderingen op dit principe betreft genocidemisdaden, alsook misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Deze zijn zowel in Belgisch recht als in het internationale recht onverjaarbaar.

Waar komt deze onverjaarbaarheid vandaan?

Het principe van onverjaarbaarheid werd ingevoerd door de Verenigde Naties in 1970 via het Verdrag inzake de niet-toepasselijkheid van de verjaring op oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. De doelstelling van dit verdrag was (i) efficiëntere juridische instrumenten ter beschikking te stellen, die beter de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens kunnen garanderen (tot dan was het vaak onmogelijk gebleken dergelijke misdrijven te bestraffen) en (ii) genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden beter te kunnen voorkomen.

Het Verdrag was volgens de VN noodzakelijk omdat de VN ervan uit ging dat de handhaving van de nationale rechtsregels met betrekking tot de verjaring van genocide de vervolging en bestraffing van de verantwoordelijken in de weg zouden staan en dit ten allen tijde vermeden moet worden. Sinds 2003 kan deze onverjaarbaarheid tevens teruggevonden worden in het Belgische recht, meer bepaald in art. 21 VT. Sv.

Met dit Verdrag en dankzij de wetswijziging heeft men er dus voor gezorgd dat de meest vreselijke misdaden aller tijden bij de berechting en bestraffing geen rekening moeten houden met deze procedurele vereisten. De onverjaarbaarheid wordt gerechtvaardigd door de inhoud van deze misdrijven en het feit dat het gaat om de meest ernstige schending van het internationaal recht.

In het geval van de Rwandese genocide primeren de rechten van de slachtoffers dus eigenlijk boven deze van de daders. Dit is misschien een gewaagde stelling, maar het is wel het resultaat van dit Verdrag en de toepassing ervan. Via de onverjaarbaarheid zal ook voor Belgische slachtoffers die hun leven lieten tijdens de Rwandese volkerenmoord uiteindelijk gerechtigheid kunnen geschieden.

Uit dit alles blijkt wel dat op het proces – om de verjaring te vermijden – dus niet alleen de moorden op zich moeten bewezen worden, maar ook het feit dat deze misdrijven kaderen binnen een opzet om een bepaalde etnische groep te treffen, zelfs te elimineren.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-11-08T14:04:13+00:00