>Het boerkini-verbod juridisch ont(k)leed
Boerkini

Door Stefaan Sonck – 18/08/2016 – In de kijker

het boerkini-verbod juridisch ont(k)leed

Toen enkele maanden geleden de vraag rees of boerkini’s (een zwemoutfit voor moslima’s, die alleen het aangezicht, de handen en de voeten vrij laat) konden worden getolereerd in zwembaden, tussen de zwemslips en de bikini’s, kregen we de kans een juridisch geïnspireerd opiniestuk te schrijven voor de Juristenkrant. We keken een vijftiental zwembadreglementen na en konden niet anders dan besluiten dat een boerkiniverbod in zwembaden juridisch moeilijk te rechtvaardigen valt.

Omdat dit opiniestuk in grote mate toepasselijk blijft op het boerkiniverbod op publieke stranden, hernemen we hieronder dit opiniestuk in extenso. Daarna sluiten we af met enkele bedenkingen die meer specifiek betrekking hebben op de problematiek van een boerkiniverbod op publieke stranden. Kan regelgeving verhinderen dat monokini’s op het strand geflankeerd worden door boerkini’s?

Het boerkiniverbod in publieke zwembaden

Uit De Juristenkrant (2015, aflevering 315, p. 13, “De boerkini: stof tot nadenken”, lees het originele artikel hier):

Na de boerka in openbare ruimten in het algemeen, en in de openbare dienst in het bijzonder, is een nieuwe kledingrel een feit. Sinds kort dobbert de boerkini in de nieuwsvijver. Een beetje frivool, of net niet. Beleidsmakers reppen zich om boerkini’s te weren uit openbare zwembaden. Sommigen beschouwen die badkledij zowaar als een aanval op onze waarden en normen. Wat een beetje textiel zowaar vermag! Het Interfederaal Gelijkekansencentrum is een onderzoek gestart en wijst op een mogelijke inbreuk op de antidiscriminatiewetgeving. Ooit werden dames, die in een verkleedkar een badpak hadden aangetrokken dat veel weg had van een nachtjapon, tot aan de vloedlijn gereden en ‘te water gelaten’. We spreken over de Belgische kust, zo’n 100 jaar geleden. De normen evolueerden relatief snel. Niettemin was de bikini op het strand en in de zwembaden ooit revolutionair. Zoveel vrouwelijk naakt, konden onze ogen en normen dat wel aan? En nu de omgekeerde uitdaging: zoveel textiel om te gaan zwemmen? Kan onze samenleving dat wel toelaten? Tot voor kort was het eenvoudig: mannen zwommen in zwemslip, dames in badpak, al dan niet met gesloten rug. Maar aangezien kledij, zoals zovele andere dingen, een uiting van persoonlijkheid kan vormen (in tegenstelling tot de uniformen), is het zaak toch even de grenzen af te tasten. Kledingvoorschriften voor het zwembad. Nooit gedacht dat dit een heikele zaak zou worden.

Minimum, geen maximum

Wat de minimumnorm betreft, kunnen we niet veel anders doen dan te verwijzen naar een abstract begrip als de ‘goede zeden’ of de ‘fatsoenlijkheid’. In een openbaar zwembad wordt elke gedraging strijdig met de goede zeden (door kledij of door handelingen) verboden. Franstaligen mogen niet gekleed zijn ‘de façon indécente’. Dat fatsoenlijkheidsbegrip is alvast evolutief, ook al is het van alle tijden te denken dat wat op dat ogenblik geldt, een universele norm is waarop nog weinig rek zit. In monokini of string gaan zwemmen is momenteel geen optie net zomin als een doorkijkbadpak, maar wie weet zal men ooit gewoon in zijn blootje gaan zwemmen in het stedelijk zwembad. Wat de ‘maximumnorm’ betreft, hebben we niets vergelijkbaars met de ‘goede zeden’ die als maatstaf voor de minimumnorm geldt. Er moet dus naar een andere norm worden gezocht en dat wordt dan meestal de nood aan hygiëne. Uitzonderlijk wordt er zowaar al eens verwezen naar ecologische motieven, wat die ook mogen zijn. In de zwembadreglementen vind je een waaier aan voorschriften in verband met hygiëne. Zo worden steeds een stortbad en een voetbad voorgeschreven, wordt meestal het gebruik van een badmuts verplicht bij lange haren, wordt het gebruik van het zwembad verboden voor zij die een besmettelijke ziekte hebben of gapende wonden vertonen, wordt het gebruik van zeep en shampoo beperkt tot de douches… Soms wordt zelfs, je weet maar nooit, gepreciseerd dat urineren in het bad verboden is. Perfect te catalogeren onder de hygiënevoorschriften. Wat nu meer bepaald de zwemkledij betreft, wordt er niet zelden gewag gemaakt van een ‘aanspannende’ zwembroek voor de heren, maximaal tot boven de knie… Sommige reglementen verbieden expliciet ‘wieler-, turn- of loopkledij’. Allicht om de triatleten en duikers ter wille te zijn, wordt hier en daar dan toch een ‘aansluitende wetsuit met korte mouwen en pijpen’ toegelaten. Ondergoed, bermuda’s en shorts worden vaak expliciet verboden, en hier en daar wordt gepreciseerd dat zwembroeken niet mogen voorzien zijn van zakken of ritsen. Dat je kledij die je ook buiten het zwembad kan aantrekken, niet meteen in het zwembad moet toelaten (sommige reglementen preciseren dat de zwemkledij exclusief ontworpen moet zijn om te zwemmen of gewagen, in het Franstalig landsgedeelte, van ‘les maillots de bain dits ‘classiques’’), lijkt mij uit hygiënisch oogpunt verdedigbaar, ook al blijkt dat soms een verdoken uitsluitingsmaatregel voor bepaalde jongeren. De voorschriften over de zwemkledij voor dames zijn vrij gelijklopend, met dien verstande dat niet zelden rokjes, kleedjes en… boerkini’s expliciet worden verboden (voornamelijk in het Vlaamse landsgedeelte). Kleedjes en rokjes zijn, in principe, niet ontworpen om te zwemmen. Via het vereiste van hygiëne kan je daar mee weg. Maar hoe kan je, met name wat boerkini’s betreft, een verbod verantwoorden door te wijzen op hygiënevoorschriften? Een boerkini is gemaakt om te zwemmen en, voor zover ik weet, ook vervaardigd uit badtextiel. Dat de mouwen tot aan de pols reiken en de pijpen tot aan de enkels, kan toch geen reden zijn om iemand uit het zwembad te weren? Net zo min als de doorlopende badmuts, die het aangezicht volledig vrij laat. Een blik op het aanbod van boerkini’s in de handel leert dat er mogelijk twee stenen des aanstoots zijn: de boerkini blijkt niet altijd een ‘aanspannend’ pak te zijn en het bovenstuk reikt meestal, zoals een kleedje, tot half over de bovenbenen. Kan daartegen een hygiëne-argument worden geformuleerd? Men zal het ongetwijfeld in die zin uitleggen, maar dat ligt niet voor de hand. Is het dragen van een boerkini hinderlijk of gevaarlijk voor andere zwembadgebruikers? Ik denk het niet. Menig zwembadreglement bepaalt dat de opzieners in functie van de drukte in het zwembad en met het oog op de veiligheid, het gebruik van zwemvliezen kunnen toestaan of verbieden. Eenzelfde regel gaat niet op voor de boerkini. Voor sommigen zou het dragen van een boerkini nochtans duidelijk (intellectueel) storend zijn. Allicht omdat de boerkini geassocieerd wordt met een geloofsbeleving die men niet noodzakelijk genegen is. Maar dat vormt, bij mijn weten, geen juridische grondslag voor uitsluiting, wel integendeel.

Wij zijn zo niet

Een bekend politicus verwoordde zijn afkeer voor boerkini’s onlangs als volgt: waarom mogen er geen boerkini’s in publieke zwembaden? Omdat we het niet willen. Versta: wij zijn zo niet, onze vrouwen zijn geëmancipeerd en de boerkini wijst op onderdanigheid van de vrouw aan de man. Dat heeft alvast het voordeel van de duidelijkheid. Het argument dat men op die manier wil opkomen voor vrouwen wier vrije wil zou worden beknot omdat ze een boerkini moeten aantrekken vind ik echter, zacht uitgedrukt, een beetje bij de haren getrokken. Ik kan me niet voorstellen dat een dame die gedwongen zou worden een boerkini aan te trekken in plaats van een badpak, en het daar niet mee eens zou zijn, zich toch naar het zwembad zou begeven. Een zwembadverbod op die grond lijkt op zijn minst betwistbaar en evenmin efficiënt. Het zwembadreglement helpt de, per hypothese onderdrukte vrouw, niet vooruit. Is wie zich in dit dossier opwerpt als fervent (terecht) verdediger van het gelijkheidsbeginsel tussen man en vrouw en het daarbij aansluitend verbod de vrouw als ondergeschikt te beschouwen aan de man, niet een beetje selectief verontwaardigd? Dat het Interfederaal Gelijkekansencentrum een onderzoek zou zijn gestart, lijkt me dus niet zo gek. Waar de tegenstanders van de boerkini met natte borst aankondigen dat ze dan maar voor de rechtbank zullen verschijnen, getuigen zij mijns inziens van voorbarig en misplaatst triomfalisme. Waar ik mij moeilijk zou kunnen vinden in een tussenoplossing waarbij een openbaar zwembad bepaalde uren zou voorbehouden aan dames in het algemeen (zoals sommige itnesscentra doen), of aan dames in boerkini (tenzij de betrokkenen zich lid zouden maken van een sportvereniging die, zoals andere (sport)verenigingen op bepaalde uren het zwembad zou kunnen afhuren), kan ik mij evenmin vinden in het vaak gehoord argument dat de betrokkenen zich dan maar naar een privézwembad moeten begeven. De publieke zwembaden staan per definitie open voor elkeen en uitsluitingsregels moeten een juridische en feitelijke grondslag hebben. Moeten we dan vrezen, zoals een Belgisch voormalig Europees commissaris onlangs in een opiniestuk voorhield, dat binnenkort de dames niet meer in badpak of bikini zouden mogen gaan zwemmen omdat dat storend zou zijn voor bepaalde andersdenkenden? Het recht op vrijheid van godsdienstbeleving kan hier onmogelijk enige grondslag voor opleveren, net zomin als de thans in onze samenleving geldende fatsoensnorm. Moeten we dan ook zwempakken en boerkini’s toelaten in de sauna? Bij mijn weten bestaan er in België geen publieke sauna’s. In de privésauna geldt in principe de hogergenoemde vestimentaire minimumnorm niet. Naaktheid is er niet onzedelijk, noch problematisch. Naaktheid kan dus worden opgelegd. Sommige privésauna’s voorzien echter wel in ‘kledingdagen’ of hebben een gescheiden gedeelte voor naakt en gekleed. Dat lijkt mij niet op gespannen voet te staan met de beginselen inzake niet-discriminatie. Een boerkiniverbod voor zwembaden mag niet het resultaat zijn van een golf van onbezonnen sfeerschepperij, noch gegrond worden op drogredenen. Ik kijk alvast met belangstelling uit naar de resultaten van het aangekondigde onderzoek van het IGC, dat zeer pertinent stelde dat dit debat in alle sereniteit moet worden gevoerd.

En wat met het boerkiniverbod op publieke stranden?

Het zal u niet verbazen dat we, in het verlengde van het boerkiniverbod in zwembaden, weinig juridische gronden ontwaren om een boerkiniverbod op publieke stranden te rechtvaardigen. De factor “hygiëne” gaat hier zelfs helemaal niet meer op. Het strand en zeker de zee, worden er niet minder hygiënisch op omdat sommigen een boerkini dragen.

Zou men dan kunnen gewagen van een verbod om in boerkini aanwezig te zijn op een strand, om de enkele reden dat de meeste andere strandgangers merkelijk minder verhullend gekleed zijn? Kan men, net zoals men op een nudistenstrand geen “geklede” badgasten tolereert, stellen dat op een strand met klassiek geklede zonnekloppers, geen boerkini-adepten kunnen worden aanvaard? Net zomin als u in zwemslip een cappuccino gaat drinken in de bar, ook al ligt die op de dijk. Met andere woorden: om zich in zwemslip of bikini “op zijn gemak” te voelen op het strand, heeft men liefst gelijkgezinden om zich heen die even spaarzaam met textiel omspringen.

U raadt het al: dit wordt een maat voor niets. Men vindt geen juridisch principe dat deze uitsluitingsregel kan rechtvaardigen. Of gaan we ook de minzame medeburger die zonne-allergisch is en zich dus rijkelijk hult in zomerse, luchtige kledij, de toegang tot het strand verbieden?

Het ultieme wapen lijkt wel de vrees voor rellen en opstootjes. Het boerkiniverbod wordt een veiligheidsmaatregel. Dit tart toch wel elke verbeelding. Alsof overal waar een boerkini op het strand verschijnt, mensen in opstand zouden komen en rellen zouden uitlokken die alleen kunnen worden vermeden door een boerkiniverbod. Of draagt elke moslima in boerkini stiekem een bommengordel?

Bij mijn weten zet de boerkini niet aan tot geweld, noch zaaien de boerkinidragende moslima’s haat of geven zij, door het dragen van de boerkini, uiting aan enige vorm van racisme. Door een boerkiniverbod op deze grondslag te rechtvaardigen vergist men zich duidelijk van doelgroep. Ook het wederkerigheidsargument, waarbij men verwijst naar de dresscode die in sommige moslimlanden wordt opgelegd in de publieke ruimte, gaat hier niet op. Ik verwijs naar de hoger besproken minimumnorm en de ontstentenis van een maximumnorm.

In onze westerse maatschappij waar vrijheid hoog in het vaandel wordt gevoerd, waar de facto vele culturen, talen, godsdiensten en levensbeschouwingen naast elkaar leven en deze diversiteit zelfs juridische bescherming geniet, is een boerkiniverbod op het strand/in zee een beschamende stap achteruit.

Of het getuigt van wellevendheid en goede smaak om zich, te midden van westers geklede/ontklede strandgangers te vertonen in een boerkini, is een andere vraag. Maar geen enkel rechtsbeginsel lijkt ons te kunnen verbieden om tegen deze waarden te zondigen.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:12:26+00:00