>Buitengewone schuldvorderingen
Buitengewone schuldvorderingen

Door Charles Claeys – 16/02/2017 – Publicaties

buitengewone schuldvorderingen

Een arrest van 6 oktober 2016 van het Grondwettelijk Hof onderstreept het belang van een pand op de schuldvorderingen in de algemene voorwaarden of overeenkomsten met de schuldenaar.

 

In aflevering 355 van het tijdschrift Nieuw Juridisch Weekblad verscheen een noot van Charles Claeys onder het arrest van 6 oktober 2016 van het Grondwettelijk Hof, waarin het Hof een belangrijke bijdrage leverde tot de jurisprudentie inzake het begrip ‘buitengewone schuldvordering’, meer bepaald door te oordelen dat schuldvorderingen waarvan de betaling is gewaarborgd door een inpandgeving van schuldvorderingen moeten worden beschouwd als buitengewone schuldvorderingen.

Een inpandgeving van schuldvordering

Een pand is een overeenkomst die elke schuldeiser vrij kan voorstellen aan zijn schuldenaar teneinde de betaling van de schuld van die laatstgenoemde te waarborgen. Tot zekerheid van de betaling van een schuld kan ook een schuldvordering in pand worden gegeven. De schuldeiser die tot zekerheid van zijn vordering beschikt over een inpandgeving van schuldvorderingen beschikt derhalve over de rechten van de schuldenaar op deze schuldvorderingen.

Een inpandgeving van schuldvorderingen is een eenvoudig beding in de overeenkomst tussen partijen die aan geen vormvereisten gebonden is of waarvan de geldigheid niet afhangt van dure en tijdrovende formaliteiten zoals de hypothecaire inschrijving.

Een gerechtelijke reorganisatie 

Ondernemingen in moeilijkheden kunnen sinds de wet van 31 januari 2009 een gerechtelijke reorganisatie aanvragen. Tijdens een periode van ‘opschorting van betaling’wordt men beschermd tegen zijn of haar schuldeisers, zonder het voortdurend dreigende gevaar van dagvaardingen, beslagen of zelfs een faillissement.

De schuldenaar kan als herstelmaatregel een reorganisatieplan uitwerken voor de schuldeisers die dit plan kunnen goedkeuren of kunnen verwerpen. Een reorganisatieplan kan een gedeeltelijke en definitieve kwijtschelding van schulden bevatten alsook een periode van betalingsuitstel tot maximum vijf jaar.

Indien een meerderheid van de schuldeisers het reorganisatieplan goedkeurt, kan een schuldeiser noodgedwongen een kwijtschelding tot 85% van zijn schuldvordering ondergaan en kan hij gedwongen worden om vijf jaar te wachten op betaling van het resterende gedeelte van de schuldvordering.

Relevantie van het arrest van 6 oktober 2016 voor de schuldeisers

Het gevolg van de beslissing van het Hof is dat een buitengewone schuldeiser die over een pand op de schuldvorderingen van de schuldenaar beschikt aanzienlijk meer rechten heeft dan een gewone schuldeiser die er niet aan gedacht heeft een dergelijk beding in zijn of haar overeenkomst te voegen.

Aan een schuldeiser die er immers aan denkt om een beding van inpandgeving van de schuldvorderingen van de schuldenaar op te nemen in zijn of haar overeenkomst met de schuldenaar kan geen enkele schuldvermindering, noch een aanzuiveringsplan van meer dan vierentwintig maanden worden opgelegd.

Bovendien biedt een inpandgeving van schuldvorderingen eveneens een betere bescherming bij een faillissement van de schuldenaar. Een pandhoudende schuldeiser zal namelijk na het ontstaan van het faillissement bij voorrang uitbetaald worden indien de curator gelden te verdelen heeft.

Dit arrest onderstreept nogmaals het belang van een juridisch nazicht van algemene voorwaarden of overeenkomsten die een dergelijk, nochtans eenvoudig op te nemen, beding dikwijls niet bevatten.

Charles Claeys, “Buitengewone schuldvorderingen”, noot onder GwH 6 oktober 2016, nr. 2016/124, NjW 2017, afl. 355, 70-71.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:03:54+00:00