>De rechtstaat in de ziekenboeg door corona-virus?
sport

Door VSA – 13/03/2020 – In de kijker

de rechtstaat in de ziekenboeg door corona-virus?

de overheidsmaatregelen

Geconfronteerd met uitzonderlijke fenomenen die de openbare veiligheid of volksgezondheid in het gedrang kunnen brengen, beschikt de overheid over een aantal mogelijkheden om snel en accuraat op te treden.

Waar we oorspronkelijk te maken kregen met adviezen, richtlijnen of aanbevelingen, waarbij men er van uitging dat de burger met gezond verstand zou handelen, bestond er een juridisch dubieuze situatie. Wie voorzichtig handelde dreigde juridisch afgestraft te worden wegens niet nakoming van aangegane verbintenissen.

Thans staan we een stap verder aangezien dwingende maatregelen voorliggen.

De burgermeester kan op grond van zijn politionele bevoegdheid dringende politieverordeningen uitvaardigen (art. 63 Decreet lokaal bestuur). Ook de provinciegouverneur kan dit doen (art. 128 Provinciewet). Dit gebeurde ook effectief.

Ook de federale overheid heeft sinds gisteren drastische maatregelen afgekondigd en opgelegd die ingrijpen op de relaties tussen burgers en tussen burger en overheid.

Men gewaagt van een overmachtsituatie.

Is er sprake van overmacht en welke gevolgen heeft dit?

het begrip overmacht

Overmacht wordt door de rechtspraak van het Hof van Cassatie omschreven als een gebeurtenis buiten de menselijke wil die door deze wil niet kon worden voorzien noch vermeden. Men spreekt dus van een onoverkomelijk beletsel, dat vreemd is aan enige fout van de betrokkene.

De ervaring leert dat overmacht vrij strikt wordt geïnterpreteerd. Het volstaat dus zeker niet dat iets “moeilijker” wordt of een grotere inspanning vereist, opdat er reeds sprake zou zijn van overmacht.

Wanneer je je verbindt tot het leveren van een goed of een dienst, en dit wordt onmogelijk door een overheidsmaatregel (zoals een sluitingsbevel of samenkomstverbod), lijkt er ons sprake te zijn van overmacht.

De “corona-maatregelen” lijken ons hieronder te vallen.

Voorlopig lijkt de situatie tot en met 3 april 2020 duidelijk. Organisatoren van festiviteiten of activiteiten in de daaropvolgende dagen/weken blijven voorlopig in het ongewisse. Gelet op het vele voorbereidende werk (waaronder het sluiten van contracten) dat nodig is om bepaalde activiteiten te organiseren, lijkt het niet uitgesloten dat ook organisatoren van evenementen die (voorlopig) na 3 april aanstaande plaats vinden, zich op overmacht zullen kunnen beroepen indien zij thans één en ander afblazen.

arbeidsrechtelijk

Wanneer we staan voor een tijdelijke situatie, kan de arbeidsovereenkomst worden geschorst ingevolge overmacht (art. 26 arbeidsovereenkomstenwet). De werknemer dient dan geen prestaties te leveren. Bij schorsing van de arbeidsovereenkomst is er in principe geen behoud van loon, tenzij de wet anders bepaalt (bv. ziekte).

We denken aan personeelsleden die te maken hebben met evenementen, of personeelsleden van horeca-zaken die plots werkeloos worden.

Een oplossing kan gezocht worden in een tijdelijke werkloosheid om economische redenen (waarbij de werkloosheidsreglementering aparte regelingen voorziet voor arbeiders en bedienden).

Overmacht kan slechts tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leiden (art. 32, enig lid, 5° arbeidsovereenkomstenwet) wanneer zij de verdere uitvoering van de arbeidsovereenkomst definitief onmogelijk maakt. Aangezien het covid-19 virus ons slechts tijdelijk parten zal spelen, daar gaan we toch van uit, kan er geen sprake zijn van een grond tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

burgerrechtelijk

Velen stellen zich vragen bij het lot van de verbintenissen die zij hebben aangegaan, zoals het boeken van vliegtuigreizen en hotels, het vastleggen van accomodaties voor feesten of (werk)vergaderingen, met aanvullende contracten met sprekers, voor catering, techniek, beveiliging…

Laten we het hebben over wederkerige verbintenissen: de ene partij verbindt zich tot een levering of prestatie en de andere partij betaalt hiervoor.

Wie geconfronteerd wordt met een nalatige wederpartij kan in principe, na ingebrekestelling, de gedwongen uitvoering eisen voor de rechtbank. Dit zal in het corona-verhaal allicht niet voorkomen.

Merkwaardig genoeg bepaalt ons burgerlijk wetboek niet (art. 1234) dat overmacht een einde maakt aan verbintenissen.

Wel stelt ons wetboek dat wie een verbintenis niet nakomt, kan gehouden zijn tot schadevergoeding. Deze regel lijdt echter uitzondering wanneer de niet-nakoming of laattijdige nakoming te wijten is aan een vreemde oorzaak/overmacht die aan deze partij niet kan worden toegerekend en er harerzijds geen kwade trouw is (art. 1147 en 1148).

Het is bijgevolg belangrijk te weten wie, om welke reden, welke verbintenis niet kan nakomen.

Wie een vooruitbetaalde theatervoorstelling mist omdat hij ziek is of onderweg in een verkeersongeval betrokken geraakte, kan geen terugbetaling van tickets vragen. Wie geen theatervoorstelling kan laten doorgaan ingevolge overmacht (het cultuurcentrum brandde af of, zoals nu, de overheid vaardigt een tijdelijk sluitingsbevel uit), kan niet veroordeeld worden tot schadevergoeding, doch zal wél de vooruitbetaalde tickets moeten vergoeden (tenzij met de klant een alternatief wordt uitgewerkt, zoals de verplaatsing van de voorstelling).

Sportverenigingen zullen allicht geen schadeclaims moeten vrezen omdat de leden gedurende een korte tijd hun hobby niet kunnen beoefenen (ofschoon een jaarlidgeld werd betaald) of hun beroep niet kunnen uitoefenen.

Wie een huwelijksfeest boekte, zal de zaaluitbater niet aansprakelijk kunnen stellen omdat de feestzaal niet ter beschikking wordt gesteld. Omgekeerd, zal de uitbater ook geen betaling kunnen eisen van het ongelukkige bruidspaar.

contractuele bedingen

Vaak worden in algemene voorwaarden bepalingen opgenomen voor het geval de ene of de andere verbintenis niet kan worden uitgevoerd. Het kan dus zijn dat de partijen afspreken hoe zij zullen omgaan met de ene of andere (overmacht)situatie.

Waar we steeds horen dat pacta sunt servanda (overeenkomsten, met inbegrip van de regelmatig aanvaarde algemene voorwaarden, moeten worden nageleefd), bestaan er ten aanzien van de consument beschermende maatregelen, die hem behoeden voor onrechtmatige bedingen.

Zo beschouwt artikel VI.83, 12° van het Wetboek van economisch recht als “onrechtmatig beding” het beding waarbij de consument niet toegestaan wordt om bij overmacht de overeenkomst te ontbinden, tenzij tegen betaling van een schadevergoeding.

Voor de toepassing van dit wetboek wordt als consument beschouwd iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen.

Onrechtmatige bedingen zijn nietig en de consument kan contractueel geen afstand doen van deze bescherming.

Een wet van 4 april 2019 maakt een vergelijkbare regeling inzake onrechtmatige bedingen van toepassing op de B2B relaties, doch deze regeling zal slechts in werking treden op 1 december 2020 voor toekomstige contracten.

verzekeringen of waarborgfondsen

Wie toch dreigt op te draaien voor de negatieve gevolgen van de corona-maatregelen kan zich eventueel beroepen op een private verzekering of een waarborgfonds van de overheid.

In het eerste geval dient de polis nauwgezet te worden nagelezen.

Wat eventuele waarborgfondsen betreft, zal het afwachten zijn in tijden van budgettaire krapte.

financiële verplichtingen ten aanzien van de overheid

De overheid nam alvast een aantal steunmaatregelen ten aanzien van de ondernemingen die hinder ondervinden door de verspreiding van het virus (daling omzet, bestellingen, …).

Tot 30 juni 2020 kan een aanvraag ingediend worden tot het bekomen van een afbetalingsplan, vrijstelling van nalatigheidsintresten en kwijtschelding van boete bij niet-betaling. Dit geldt voor bedrijfsvoorheffing, btw, (rechts)personenbelasting en vennootschapsbelasting. De website van de FOD financiën wijst u verder.

mondmaskers en de strafwet

Het coronavirus begint ons straatbeeld te beïnvloeden. Mondmaskers duiken op.

Deze gemaskerden zullen niet worden beschouwd als personen die zich in voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.  Zij zullen dus niet strafbaar zijn (artikel 563bis Strafwetboek), ook als de wetgever slechts uitzonderingen voorzag in geval van bepalingen in het arbeidsreglement of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

besluit

Een virus heeft ons in de ban, maar met rechtsregels, gezond verstand en wat solidariteit redden we het wel.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2020-03-26T18:08:21+00:00