>Sluiting Kompass Klub: is sluitingsbevoegdheid van burgemeester het noorden kwijt?
sport

Door Ruben Vispoel – 15/03/2019 – In de kijker

de sluiting van de gentse kompass klub: is de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester het noorden kwijt?

Deze week verscheen zeer uitgebreid in de pers dat de Gentse Kompass Klub, in november nog verkozen tot beste club van het land, 4 maanden (nood)gedwongen dient te sluiten ingevolge een beslissing van burgemeester Mathias De Clercq.

Meer en meer stellen wij vast dat soortgelijke, maar ook andere ondernemingen, zoals bijvoorbeeld nachtwinkels en restaurants, op eenzijdige wijze door een burgemeestersbeslissing worden verplicht hun activiteiten gedurende een aantal maanden on hold te zetten.

Het gebeurt niet zelden dat een onderneming door een dergelijke langdurige sluiting de boeken dient neer te leggen. De vraag stelt zich dan ook: wat houdt deze verregaande sluitingsbevoegdheid van de burgemeester nu precies in, is deze niet te ver doorgedreven én hoe kan hiertegen worden opgetreden?

De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester

De gemeente, en meer bepaald de burgemeester, is sedert jaar en dag belast met taken van bestuurlijke politie. Dit betekent dat de burgemeester, als hoofd van de politie, verantwoordelijk is voor het handhaven en herstellen van de openbare orde op zijn grondgebied. Zo kan gedacht worden aan ongemakken veroorzaakt door nachtlawaai, vandalisme, hangjongeren, etc.

Een recenter fenomeen is dat de wetgever de burgemeester meer en meer bevoegdheden heeft toevertrouwd bij de aanpak van zwaarwichtige criminaliteit, zoals het deelnemen aan de strijd tegen mensenhandel, terroristische activiteiten en druggerelateerde misdrijven. Dit met de bedoeling om deze misdrijven ook op lokaal vlak aan te kunnen pakken.

Concreet zijn er vandaag grosso modo 3 scenario’s waarin de burgemeester kan besluiten tot een sluiting van een inrichting voor maximaal 3 of 6 maanden.

Vooreerst is de burgemeester bevoegd om een voor het publiek toegankelijke inrichting tijdelijk te sluiten indien de openbare orde rond deze inrichting wordt verstoord (artikel 134 quater van de Nieuwe Gemeentewet).

Vervolgens kan de burgemeester een inrichting sluiten in geval van ernstige aanwijzingen van terroristische activiteiten (artikel 134 septies van de Nieuwe Gemeentewet) of indien er ernstige aanwijzingen zijn van mensenhandel of mensensmokkel (artikel 134 quinquies van de Nieuwe Gemeentewet).

Ten slotte werd in artikel 9bis van de Drugwet op 20 juli 2006 een nieuw bepaling ingevoerd, op basis waarvan de burgemeester kan besluiten tot de sluiting van een private, maar voor het publiek toegankelijke plaats in geval van ernstige aanwijzingen dat op deze plaats herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvonden die betrekking hebben op de verkoop, aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs.

Deze sluitingsbevoegdheid is echter niet onbeperkt

Ondanks dit belangrijke takenpakket van de burgemeester is het belangrijk te benadrukken dat diens macht niet grenzeloos is. Hij kan enkel preventief optreden.

Dit betekent dat een dergelijke sluitingsbeslissing nóóit het karakter van een sanctie mag bekleden en bijgevolg geen – al dan niet vermomde – bestraffing mag vormen van de verantwoordelijke van een inrichting.

De scheidingslijn tussen het preventief en sanctionerend optreden is flinterdun.

Zo kan men zich bijvoorbeeld de vraag stellen: is de sluitingsmaatregel van de Kompass Klub een preventieve maatregel om toekomstig druggebruik te voorkomen of is het een “sanctie” naar aanleiding van het feit dat een jongeman enige tijd geleden na drugsinname in de club overleed?

De burgemeester baseert zich bij een dergelijke beslissing vaak enkel en alleen op het verslag van de bestuurlijke politie, dat een overzicht biedt van de mogelijks strafbare feiten en incidenten die in een bepaalde inrichting hebben plaatsgevonden.

Het dunne onderscheid tussen preventief en repressief optreden, alsook het vaak subjectief karakter van een politioneel verslag en het feit dat het vaak ook gaat om overwegingen die strafrechtelijk gezien nog niet vaststaan en waaromtrent het vermoeden van onschuld dus dient te spelen, bieden mogelijkheden om als eigenaar van een inrichting de beslissing van een burgemeester aan te vechten en desgevallend een schadevergoeding voor een onrechtmatige sluiting te bekomen.

Een sluitingsbeslissing dient daarnaast te voldoen aan een belangrijke motiveringsplicht, die vaak onvoldoende wordt nageleefd. Ook op dat vlak kan een burgemeestersbesluit worden aangevochten.

Hoe een dergelijke beslissing te voorkomen of aan te vechten?

1. Verweermiddelen

Voorafgaandelijk aan een sluitingsbeslissing wordt de eigenaar van de inrichting de mogelijkheid geboden om verweermiddelen aan te voeren. Hij krijgt hiervoor een redelijke termijn ter beschikking die varieert naargelang de complexiteit van de zaak, de ernst van de overwogen maatregel en het al dan niet dringende karakter van een overheidsingrijpen.

De burgemeester heeft de verplichting om te preciseren welke maatregel wordt overwogen, waarbij de feitelijke en juridische grondslag steeds moet worden verduidelijkt. De tenlasteleggingen moeten verder op precieze of volledige wijze worden beschreven.

Vervolgens kunnen door de eigenaar van de inrichting argumenten worden aangevoerd om een sluiting te voorkomen, bijvoorbeeld een oplijsting van de initiatieven die hij recent heeft genomen om ervoor te zorgen dat er in de toekomst geen misdrijven meer zullen plaatsvinden in zijn of haar pand, of het uiteenzetten waarom de feitelijke gronden die worden aangevoerd tot sluiting niet stroken met de werkelijkheid.

Het grondig formuleren van dergelijke verweermiddelen kan de burgemeester doen besluiten om af te zien van zijn voornemen tot sluiting. Minstens kunnen dergelijke verweermiddelen de duur van de administratieve sluiting sterk verminderen.

Indien de verweermiddelen geen van beide effecten teweegbrengen, zijn er evenwel nog beroepsmogelijkheden bij de Raad van State, die maximaal 60 dagen (maar vaak heel wat sneller) na het nemen van de burgemeestersbeslissing dienen te worden genomen en die hieronder worden besproken.

2. Procedures bij de Raad van State

Bij de Raad van State zijn twee soorten procedures in deze materie mogelijk: schorsingsprocedures die tijdelijk de tenuitvoerlegging van de beslissing opschorten en vernietigingsprocedures die de aangevochten beslissing definitief vernietigen. Vaak is een combinatie van beide procedures nodig om gepast op te treden tegen een dergelijke sluitingsbeslissing.

De Raad van State voorziet twee soorten aan schorsingsprocedures om de tenuitvoerlegging van een burgemeestersbeslissing tot sluiting voorlopig op te schorten, zijnde de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de normale schorsingsprocedure.

Deze procedures dienen evenwel steeds gepaard te gaan met een vernietigingsberoep, dat tot doel heeft om na de schorsing de vernietiging van die onrechtmatig gemeende burgemeestersbeslissing te bekomen. Bij het welslagen van een vernietigingsberoep kan de inrichter van een onderneming aanspraak maken op een schadevergoeding.

Een vernietigingsberoep kan ook zonder schorsingsprocedure worden ingesteld, indien er geen sprake (meer) is van spoedeisendheid, maar de inrichter van een onderneming toch een schadevergoeding wil bekomen voor de foutieve sluiting van zijn inrichting.

a) De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State

Deze procedure voorziet in de mogelijkheid om binnen ongeveer 7 dagen de schorsing te bekomen van een sluitingsbeslissing.

Let wel, aan deze procedure zijn bijzonder strikte voorwaarden verbonden, zodat deze procedure slechts zéér uitzonderlijk wordt gebruikt.

Een van die zeer strikte vereisten is dat er een ernstig risico aanwezig moet zijn dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de sluitingsbeslissing een moeilijk, zo niet onmogelijk, te herstellen nadeel zal berokkenen.

Een louter economisch verlies valt normaal gezien wél te herstellen, zodat mogelijkerwijs geen beroep kan worden gedaan op deze procedure. Een mogelijk faillissement dat door de sluiting zou worden veroorzaakt is natuurlijk een ander verhaal.

Elke casus heeft evenwel haar eigenheid zodat in elke zaak afzonderlijk moet worden afgewogen of er voldoende elementen aanwezig zijn om een schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te leiden.

b) De normale schorsingsprocedure bij de Raad van State

De normale schorsingsprocedure bij de Raad van State heeft eveneens tot doel om de uitwerking van de sluitingsbeslissing te doen ophouden en te vermijden dat een overheidsbeslissing onomkeerbare rechtsgevolgen zou hebben.

Het verschil met de procedure in uiterst dringende noodzakelijk ligt in het feit dat in de normale schorsingsprocedure niet dient aangetoond te worden dat er sprake is van een moeilijk te herstellen nadeel. Het volstaat te bewijzen dat een sluitingsbeslissing schade tot gevolg zal hebben.

Een belangrijke voorwaarde om een schorsingsprocedure op te starten blijft evenwel dat er sprake moet zijn van spoedeisendheid. Bij de sluiting van een inrichting na een burgemeestersbeslissing met onmiddellijke werking is deze spoedeisendheid meestal aanwezig.

Een nadeel van deze schorsingsprocedure, zeker in vergelijking met deze in uiterst dringende noodzakelijkheid, is dat er langer over een dergelijke beslissing gedaan wordt (een wachttijd van 2 maanden is niet uitgesloten) en de inrichting in kwestie in tussentijd gesloten zal blijven. Indien de administratieve sluiting “slechts” 2 maanden of minder bedraagt, heeft een dergelijk verzoek met andere woorden vaak geen zin.

Wanneer de Raad van State het schorsingsverzoek inwilligt, verliest de burgemeestersbeslissing onmiddellijk elke werking in afwachting van de vernietigingsprocedure die tegelijkertijd moet worden ingesteld en die definitief over het lot van het burgemeestersbeslissing zal oordelen.

c) Het vernietigingsberoep bij de Raad van State

Op hetzelfde ogenblik als het verzoek tot schorsing of, indien geen spoedeisendheid aanwezig is en dus geen dergelijk verzoek wordt ingediend, zal zonder meer een vernietigingsberoep ingesteld moeten worden om de burgemeestersbeslissing tot sluiting van een inrichting definitief te laten vernietigen en om een schadevergoeding te bekomen voor inkomstenderving.

Een dergelijke procedure kan makkelijk twee jaar in beslag nemen.

Is de burgemeestersbevoegdheid tot sluiting het noorden kwijt?

Het efficiënt en effectief aanpakken van zware criminaliteit of een ernstige verstoring van de openbare orde, dat zou de grondslag moeten zijn van een burgemeestersbeslissing tot sluiting van een inrichting – bijvoorbeeld bij de sluiting van de Kompass Klub. Vandaag de dag lijkt echter vaak heel snel naar dergelijke zware maatregelen gegrepen te worden die frequent tot het faillissement leiden van de betrokken inrichtingen, minstens tot ernstige financiële problemen.

De vraag stelt zich dan ook of dergelijke bevoegdheid niet op een efficiëntere wijze kan worden uitgeoefend door middel van een voorafgaandelijk grondig overleg tussen de burgemeester en de betrokken eigenaar(s) van de betrokken inrichtingen waarbij samen constructief wordt nagedacht over hoe dergelijke problemen in de toekomst vermeden kunnen worden.

Minstens dient een dermate zwaarwichtige beslissing grondig en uitgebreid onderbouwd te worden, hetgeen in de praktijk spijtig genoeg niet steeds het geval blijkt te zijn.

Het is dan ook essentieel om, indien u met een dergelijke beslissing geconfronteerd wordt, meteen professioneel advies in te winnen. Kwestie van deze belangrijke burgemeestersbevoegdheid op een regelmatige koers te houden.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-03-25T12:58:55+00:00