>Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over zuivering der nietigheden
Zuivering der nietigheden

Door Joachim Meese – 04/07/2016 – In de kijker

grondwettelijk hof spreekt zich uit over zuivering der nietigheden

In een arrest van 30 juni 2016 heeft het Grondwettelijk Hof zich (nogmaals) uitgesproken over de zogenaamde ‘zuivering der nietigheden’ waartoe in strafzaken door de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling kan worden beslist.

Het volledige arrest kan u hier raadplegen.

wat wordt bedoeld met ‘zuivering der nietigheden’?

De zuivering der nietigheden is een procedure die tijdens of op het einde van het gerechtelijk onderzoek kan plaatsvinden en die ertoe strekt om na te gaan of er zich bij dat onderzoek al dan niet onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de bewijsverkrijging. Tijdens het gerechtelijk onderzoek kan enkel de kamer van inbeschuldigingstelling hierover oordelen, op het einde van het gerechtelijk onderzoek kunnen zowel de raadkamer  (in eerste aanleg) als de kamer van inbeschuldigingstelling (in graad van beroep) dat doen. Er bestaat geen analoge procedure voor het opsporingsonderzoek (dat de meest gebruikte vorm van vooronderzoek uitmaakt).

Is er effectief sprake van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden, dan kan dat leiden tot de beslissing om bepaalde bewijsgegevens uit het dossier te doen verwijderen. Zo kunnen bijv. de resultaten van een nietige telefoontap worden geweerd. Deze mogelijkheid werd in 1998 door de wetgever gecreëerd om te vermijden dat de vonnisrechter bewijselementen te zien zou krijgen waarop hij zich niet mag steunen en daardoor toch – al is het onbewust – ermee rekening zou houden bij zijn oordeelsvorming.

Het is wel belangrijk te onderstrepen dat niet elke onrechtmatigheid leidt tot bewijsuitsluiting. Sedert 2003 geldt immers als algemene regel dat onrechtmatig bewijs mag worden gebruikt, tenzij in drie gevallen: wanneer het miskende voorschrift op straffe van nietigheid is voorgeschreven, wanneer de onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of wanneer het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs het eerlijk karakter van het proces in het gedrang zou brengen (zie voor een recente publicatie hierover ons bericht van 30 juni 2016).

Wanneer de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling beslist dat bepaalde bewijsgegevens effectief fysiek uit het dossier moeten worden verwijderd, dan worden die stukken neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Er moet dan ook worden beslist in welke mate de partijen de nietig verklaarde stukken nog mogen inzien en gebruiken voor de vonnisrechter. Zo is het bijv. mogelijk dat een nietig bewijselement niet mag worden gebruikt als belastend bewijs voor de ene beklaagde, maar wel als bewijs ten ontlaste voor een andere beklaagde. Als algemene regel geldt namelijk dat een beklaagde zich op eender welk bewijs mag steunen om zijn onschuld aan te tonen, ook al is dat bewijs onrechtmatig verkregen. Doet een dergelijke situatie zich voor, dan zal de rechter het bewijs uiteraard wel te zien krijgen. Maar dan mag hij zijn beslissing om de ene beklaagde te veroordelen niet steunen op het bewijs, terwijl hij voor zijn beslissing om de andere beklaagde vrij te spreken wel mag steunen op datzelfde bewijs.

wat heeft het grondwettelijk hof beslist?

De procedure van zuivering der nietigheden kan tot heel wat complexe vraagstukken aanleiding geven, zeker in combinatie met het ook al erg ingewikkelde leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs. Het Grondwettelijk Hof sprak zich dan ook eerder al uit over deze procedure in een arrest van 8 mei 2002.

In het arrest van 30 juni 2016 worden twee prejudiciële vragen behandeld.

De eerste vraag betreft het geval waarbij een partij pas na de zuiveringsprocedure in de zaak wordt betrokken. Die partij heeft dan geen inspraak gehad in de beslissing tot zuivering en in de beslissing over de eventuele verdere aanwending van de stukken. Deze vraag werd helaas niet beantwoord omdat het Hof heeft vastgesteld dat de rechter die de vraag stelde, niet met een dergelijke situatie te maken had. Het antwoord op de vraag was dus niet dienend voor de oplossing van het geschil waarin de vraag was gesteld. Wel kan er voor het antwoord op die vraag eigenlijk verwezen worden naar rechtspraak van het Hof van Cassatie waaruit blijkt dat de beslissing inzake de zuivering der nietigheden enkel geldt voor de partijen die bij de zuiveringsprocedure betrokken zijn geweest. De beslissing is dus niet tegenstelbaar aan partijen die daarbij afwezig waren.

De tweede vraag werd wel beantwoord. Met name vroeg de verwijzende rechter zich af of de mogelijkheid om het gebruik van geweerde stukken volledig uit te sluiten en dus ook ten aanzien van de beklaagde die er zich zou op willen beroepen ten ontlaste, niet op gespannen voet staat met het recht op een eerlijk proces en met het recht van verdediging.

Volgens het Hof is dat niet het geval aangezien het gebruik van nietig verklaarde stukken slechts kan worden verhinderd in zoverre dat verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces (overweging B.9 van het arrest). De beslissing dat een bepaalde partij geen gebruik zal mogen maken van een welbepaald stuk, kan dus maar genomen worden als vastgesteld wordt dat dat bewijsstuk voor die partij niet als ontlastend kan worden aangewend. Het moet wel gezegd dat het arrest vreemd is waar het stelt dat de inzage en het gebruik van nietigverklaarde stukken kan worden uitgesloten, “zelfs wanneer die voor de inverdenkinggestelde bewijselementen à décharge bevatten, doch enkel in zoverre zulks verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces en met de rechten van verdediging”. Deze zinsnede mag volgens ons niet zo gelezen worden dat een rechter kan oordelen dat het verbod voor een welbepaalde inverdenkinggestelde om bewijselementen te gebruiken die voor hem ontlastend zijn, in een welbepaald geval niet in strijd zou zijn met het recht op een eerlijk proces. Dat is immers altijd zo: niemand kan de toegang ontzegd worden tot het bewijs dat zijn onschuld aantoont, hoe dat ook verkregen werd. Het arrest moet dus volgens ons zo begrepen worden dat het gebruik van een bewijselement dat ontlastend is voor partij A voor die partij altijd toegelaten moet worden, maar dat het gebruik ervan wel kan worden ontzegd aan partij B (voor wie het niet ontlastend is).

wat zijn de gevolgen van deze beslissing?

Het voorgaande klinkt misschien logisch, toch mogen de gevolgen van dit arrest niet worden onderschat. Het leidt er immers toe dat wanneer er tot een zuivering van het dossier beslist wordt, het des te belangrijker zal zijn om op dat ogenblik al grondig kennis te hebben van het dossier om te kunnen inschatten of het te weren bewijsstuk al dan niet belangrijk zou kunnen zijn voor de toekomstige verdediging. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn, aangezien een zuiveringsprocedure ook kan plaatsvinden wanneer het gerechtelijk onderzoek nog maar pas is gestart en dus mogelijks zelfs vooraleer bepaalde feiten aan het licht zijn gekomen waarvoor men zich uiteindelijk zal moeten verdedigen. Een en ander onderstreept nogmaals het belang van het tijdig inschakelen van een advocaat.

Het Grondwettelijk Hof wijst er ook op dat de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling tot zuivering der nietigheden vatbaar is voor cassatieberoep, zodat het Hof van Cassatie er zal kunnen op toezien dat de beslissing geen inbreuk pleegt op het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging (overweging B.9 van het arrest). Dat is weliswaar juist, maar dit cassatieberoep kan sedert de zogenaamde potpourri II-wet (zie over deze wet ons eerder duidend bericht) wel maar worden ingesteld na de eindbeslissing. Men zal zich dus eerst moeten verdedigen zonder gebruik te mogen maken van bewijs dat mogelijks ten ontlaste nuttig kan zijn vooraleer er zich voor het Hof van Cassatie over te kunnen beklagen dat de beslissing dat dit bewijs niet mag gebruikt worden door dat Hof kan worden getoetst aan het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging …

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:13:54+00:00