>Het belang van mensenrechtenactivisten
sport

Door Stefaan Sonck – 16/01/2019 – In de kijker

het belang van mensenrechtenactivisten

Een geding bij de rechter aanhangig maken gebeurt liefst niet lichtzinnig. Zo moet je in principe over rechtspersoonlijkheid beschikken, de vordering moet geoorloofd zijn (je kan niets nastreven dat strijdt met de openbare orde), moet je je vordering tijdig stellen (om verjaring van de vordering te vermijden), moet je aan bepaalde formele voorwaarden voldoen (verzoekschrift, dagvaarding, vrijwillige verschijning, …), enzovoort.

Al is de belangrijkste voorwaarde voor het inleiden van een burgerlijk geding misschien wel het vereiste belang… Wie zonder belang een procedure op gang trekt, kan zelfs rechtsmisbruik worden verweten. Ook in het administratief contentieux (bijvoorbeeld procederen voor de Raad van State) is het belang, en het voortduren ervan, een vaak fatale struikelblok, bron van ergernis en frustratie.

Maar even terug naar ons burgerlijk geding.

Artikel 17 van het gerechtelijk wetboek stelt eenvoudig dat men belang moet hebben om een vordering in te dienen. Artikel 18 preciseert dat het een reeds verkregen en dadelijk belang moet zijn, zij het dat een rechtsvordering kan worden toegelaten wanneer zij wordt ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen.

Ofschoon het geringste belang kan volstaan en dit belang zelfs louter “moreel” kan zijn, zijn de betwistingen over dit vereiste belang nochtans niet uitzonderlijk.

Een bijzonder aspect ervan betreft het nastreven van een “algemeen belang”.

Men aanvaardt in beginsel niet dat een individu, of zelfs een vereniging van individu’s, een vordering zou kunnen instellen tot vrijwaring van het “algemeen belang” (de zogenaamde “actio popularis”).

Tot op heden werd dan ook soms in aparte wetgeving en onder strikte voorwaarden van deze regel afgeweken (zoals bijvoorbeeld inzake racismebestrijding of bescherming van het leefmilieu).

Een wet van 21 december 2018 formuleert thans een specifieke regel, die weliswaar wordt opgenomen in artikel 17 van het Gerechtelijk wetboek, voor vorderingen inzake mensenrechten of fundamentele vrijheden. De naleving van de hoekstenen van onze samenleving kan thans ook gevorderd worden door verenigingen, voor zover voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden:

1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang;

2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na;

3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel;

4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.

Het collectief belang (meerdere personen hebben gelijklopende belangen) wordt dus onderscheiden van het algemeen belang. Ook inzake de verdediging van consumentenbelangen werd reeds in een specifieke regeling voor het behartigen van dergelijk collectief belang, voorzien (Wetboek van economisch recht, art. VXII.36).

Mogelijk betekent deze nieuwe regelgeving een voorbode voor een “algemene” regeling inzake vorderingen die door “groeperingen” worden ingeleid.

Dat ook de activisten voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden zich thans kunnen beroepen op een algemene regeling, juichen we volmondig toe.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-01-23T10:38:39+00:00