>Immuniteit van overheidsfunctionarissen: ideaal schild tegen vervolging?
sport

Door Legal Clinic – 27/03/2020 – In de kijker

immuniteit van overheidsfunctionarissen: ideaal schild tegen vervolging?

Stel : overheidsfunctionarissen overtreden de wet. We denken hier bijvoorbeeld aan politiemensen of personeel van een gevangenis. Als dat zware misdrijven zijn, kunnen ze dan ook buiten hun land, door rechters van een andere staat vervolgd worden ? Deze principiële vraag proberen we te beantwoorden. Vaak wordt dat aangeduid als het vraagstuk van de universele jurisdictie. Blijkbaar is zo’n vervolging in sommige gevallen mogelijk, met name in geval van zoals genocide, misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden, misdaden van apartheid, foltering en gedwongen verdwijning.
Later zullen we dan nagaan welke voorwaarden moeten vervuld zijn om tot een dergelijke vervolging succesvol te kunnen overgaan.

Een eerste onderscheid: de aard van de handeling

Wanneer overheidsfunctionarissen handelen in hun officiële hoedanigheid, genieten zij volgens het internationaal recht in principe van immuniteit. Immuniteit van rechtsmacht verhindert dat bepaalde personen voor een rechter in een derde land kunnen worden gedaagd. Betekent dit echter dat deze personen steeds ongestraft blijven?

Om deze vraag te beantwoorden, is het eerst en vooral belangrijk om na te gaan welke handeling de overheidsfunctionaris heeft gesteld. Was het een privéhandeling of een handeling in de uitoefening van zijn officiële functie?

Enerzijds kan een overheidsfunctionaris dus privéhandelingen stellen. Denk hierbij aan commerciële transacties, het sluiten van arbeidscontracten, enz… Enkel overheidsfunctionarissen die tot de “troika” behoren, genieten immuniteit voor hun privéhandelingen. De “troika” is een zeer selecte groep bestaande uit de 1) staatshoofden, 2) regeringsleiders en 3) ministers van Buitenlandse Zaken.

Anderzijds kan een overheidsfunctionaris ook handelen in zijn officiële hoedanigheid. In dat geval wordt een ruimere bescherming voorzien. Alle overheidsfunctionarissen, en niet enkel de “troika”, genieten namelijk immuniteit voor hun officiële handelingen.

Om de twee categorieën (privé/officiële hoedanigheid) te onderscheiden, worden uiteenlopende criteria gehanteerd (bijv. het doel van de gestelde handeling of de aard van de handeling). Gebruik van gewapend geweld of de uitoefening van de politiemacht zijn voorbeelden van daden die intrinsiek gerelateerd zijn aan het overheidsgezag en dus gekwalificeerd kunnen worden als handelingen in de uitoefening van de officiële functie, waarvoor immuniteit geldt.

Een tweede onderscheid: welke overheidsfunctionaris?

Naast handelingen waarvoor overheidsfunctionarissen immuniteit genieten, is het belangrijk te weten wie nu precies bedoeld wordt met ‘overheidsfunctionarissen’. Daar bestaat jammer genoeg geen eensgezindheid over. Er is namelijk geen wettelijke definiëring of opsomming voorzien, waardoor het aan de rechters toekomt om de term in te vullen. We beschikken nog niet over een precedent in verband met politiemensen. Wel werden andere lagere overheidsambtenaren – zoals leden van het openbaar ministerie en gevangenisdirecteurs – reeds als ‘overheidsfunctionaris’ bestempeld. De meeste politiemensen en personeelsleden van de gevangenis staan hiërarchisch lager. Geldt voor hen ook immuniteit ? Er is geen eenduidig antwoord te geven tot op heden, maar vermoedelijk wel. De plaats van de betrokkene op de hiërarchische ladder is vermoedelijk niet doorslaggevend.

De uitzondering

Op de immuniteitsregel bestaat echter een belangrijke uitzondering in verband met bepaalde internationale misdrijven en/of mensenrechtenschendingen (zoals genocide, misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden, misdaden van apartheid, foltering en gedwongen verdwijning). Gezien de ernst van deze feiten, geldt de immuniteit in die gevallen niet, ongeacht de hoedanigheid waarin de dader optrad. Door deze uitzondering kunnen overheidsfunctionarissen, ondanks hun immuniteit, ook buiten hun eigen land voor de rechter gedaagd worden.

Tot nu toe wordt deze uitzondering enkel aanvaard voor de strafrechter. Er wordt nog geen gelijkaardige uitzondering toegelaten voor de burgerlijke rechter. Indien het slachtoffer enkel een burgerrechtelijke vordering tot schadevergoeding instelt, zal het botsen op de immuniteitsregel. Hoewel het VN-Verdrag inzake foltering bepaalt dat de staten ervoor moeten zorgen dat onderdanen naar de rechter moeten kunnen stappen om een schadevergoeding te eisen, verplicht dit verdrag de staten niet om te voorzien in een civiel rechtsmiddel ten aanzien van folteringen begaan in een andere staat.

Conclusie

Het immuniteitsscherm waarachter overheidsfunctionarissen zich in principe kunnen schuilen, noopt ons om in elke situatie na te gaan of een procedure tegen hen kan worden opgestart. In geval van zware misdrijven, is op strafrechtelijk vlak een procedure mogelijk. Op burgerlijk vlak zijn de mogelijkheden veel beperkter, quasi onbestaande, tenzij de overheidsfunctionarissen privéhandelingen stelden.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2020-03-31T14:21:41+00:00