>De invordering van onbetwiste geldschulden door ondernemingen
invordering onbetwiste geldschulden

Door Karel Paelinck – 05/09/2016 – In de kijker

de invordering van onbetwiste geldschulden door ondernemingen

Op 1 juli 2016 traden de artikelen 1394/20 tot 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek in werking. Deze artikelen voerden een nieuwe procedure in (de IOS-procedure) die ondernemingen de mogelijkheid biedt om hun onbetwiste vorderingen op andere ondernemingen zonder de tussenkomst van een rechtbank in te vorderen.

Aangezien ongeveer 30% van de faillissementen in België te wijten is aan betalingsachterstallen van eigen klanten, kan dat alleen maar worden toegejuicht.

Toepassingsvoorwaarden

De nieuwe procedure kan worden aangewend als:

  1. de in te vorderen schulden voortvloeien uit een contractuele verbintenis en een geldsom tot voorwerp hebben (bijvoorbeeld vervallen facturen)
  2. de in te vorderen schulden een onbetwist karakter hebben (bijvoorbeeld omdat de voorafgaande ingebrekestelling(en) zonder reactie bleven)
  3. de in te vorderen schulden kaderen in de activiteiten van de opdrachtgever/schuldeiser en zowel de opdrachtgever/schuldeiser, als de betrokken schuldenaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ingeschreven: de nieuwe procedure kan dus niet worden aangewend voor de invordering van onbetwiste geldschulden ten aanzien van particulieren
  4. de betrokken schuldenaar niet failliet werd verklaard en ook niet het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke reorganisatie
  5. de betrokken schuldenaar geen publieke overheid is.

Geplafonneerde verwijlinteresten en forfaitaire schadevergoedingen

Anders dan bij de klassieke procedure voor de rechtbank, mogen de interesten en de forfaitaire schadevergoedingen die overeenkomstig de nieuwe procedure worden ingevorderd maximaal 10 % van de hoofdsom van de in te vorderen geldschuld uitmaken. Dat kan nadelig lijken omdat algemene voorwaarden soms een hogere verwijlrente en/of schadebeding bevatten. Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de rechtbanken doorgaans geneigd zijn om de verwijlrente en de schadebedingen te matigen tot 10%, zodat er zich in de realiteit weinig verschil zal voordoen.

De eigenlijke procedure: drie fases met een cruciale rol voor de advocaat en de gerechtsdeurwaarder

De nieuwe procedure verloopt in drie fases:

fase 1

Eerst en vooral moet een advocaat nagaan of de voorwaarden van de nieuwe procedure voldaan zijn.

Als de aangezochte advocaat van oordeel is dat er inderdaad aan de voorwaarden is voldaan, kan hij een gerechtsdeurwaarder vragen om onmiddellijk tot invordering over te gaan.

fase 2

De volgende stap is dat de gerechtsdeurwaarder de schuldenaar een laatste maal aanmaant. Aan deze aanmaning moet een standaard antwoordformulier worden gevoegd waarin onder meer moet worden vermeld dat de schuldenaar de mogelijkheid heeft om binnen de maand na de betekening van de aanmaning:

  1. de onbetwiste schuld te betalen
  2. een afbetalingsplan te vragen
  3. of de onbetwiste schuld alsnog (gemotiveerd) te betwisten.

fase 3

Als een maand later blijkt dat de schuldenaar de ingevorderde schuld niet heeft betaald of betwist en er ook geen afbetalingsplan is overeengekomen, dan stelt de gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van niet-betwisting op.

Dit proces-verbaal geldt dan als titel (ter vervanging van een klassiek vonnis) op grond waarvan de opdrachtgever/schuldeiser desnoods de gedwongen uitvoering kan aanvatten (bijvoorbeeld door een uitvoerend beslag te leggen op de bankrekening van de schuldenaar).

Wat als de schuldenaar de ingevorderde schulden wel betwist?

De nieuwe procedure biedt geen bescherming tegen het verweer van een schuldenaar dat louter is ingegeven door vertragingsmanoeuvres. Als de schuldenaar de onbetwiste geldschuld binnen de maand na de betekening van de voormelde aanmaning betwist, moet de deurwaarder de invordering namelijk sowieso staken. In dat geval zal de schuldeiser zich toch nog tot de rechtbank moeten wenden om de klassieke procedure te doorlopen. De deurwaarder is dus niet gerechtigd om een oordeel te vellen over de inhoudelijke correctheid van de betwisting.

En wat met de kosten?

Zoals bij de klassieke procedure moet de schuldenaar instaan voor de betaling van de deurwaarderskosten die wel nog altijd moeten worden voorgeschoten door de opdrachtgever/schuldeisers. Bij de nieuwe procedure zullen de deurwaarderskosten wel lager liggen dan bij de klassieke procedure.

In tegenstelling tot wat het geval is bij de klassieke procedure is de schuldenaar in het kader van de nieuwe procedure niet verplicht een forfaitaire tegemoetkoming in de advocatenkosten van de opdrachtgever/schuldeiser te betalen. Bij de klassieke procedure wordt deze tegemoetkoming begroot aan de hand van de inzet van de procedure (op basis van een bij Koninklijk Besluit bepaalde tabel). Het gebrek aan tegemoetkoming in de advocatenkosten die de nieuwe procedure met zich brengt kan dus nadelig zijn. Aangezien de tussenkomst van de advocaat bij de nieuwe procedure doorgaans beperkt zal zijn, zal dit nadeel in de meeste gevallen echter klein zijn en niet opwegen tegen het tijdsvoordeel dat via de nieuwe procedure kan gerealiseerd worden.

Besluit

Enerzijds biedt de nieuwe procedure een onderneming de mogelijkheid om haar onbetwiste vorderingen sneller en goedkoper in te vorderen dan via de klassieke procedure voor de rechtbank.

Anderzijds vertoont de nieuwe procedure enkele beperkingen.

Zo werd het bedrag van de verwijlrente en de schadebedingen die in het kader van de nieuwe procedure kunnen worden ingevorderd beperkt en werd niet voorzien in een tegemoetkoming in de advocatenkosten van de opdrachtgever/schuldeiser. In bepaalde gevallen zal het gebruik van de nieuwe procedure dan ook een toegeving vragen in ruil voor de versnelde ontvangst van de onbetwiste schulden.

Daarnaast biedt de nieuwe procedure geen bescherming tegen het louter ‘vertragingsverweer’ van een schuldenaar. Het is dus mogelijk dat de schuldeiser toch nog verplicht is om zich tot de rechtbank te wenden.

Omdat de nadelige gevolgen van deze beperkingen in de meeste gevallen gering zullen zijn en de opdrachtgever/schuldeiser hoogstens een maand kan verliezen door haar schulden via de nieuwe procedure te proberen in te vorderen, menen wij dat een onderneming meestal gebaat zal zijn om zich op de nieuwe procedure te beroepen.

Bovendien zijn wij van oordeel dat een onderneming die zich omwille van het duidelijk ongegronde verweer van haar schuldenaar alsnog tot de rechtbank moet wenden, ten aanzien van de schuldenaar gerechtigd moet zijn op een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos verweer.

Van Steenbrugge Advocaten heeft een incassocel die gespecialiseerd is in de efficiënte invordering van (onbetwiste) geldschulden.

Indien u dat wenst, zullen wij u graag bijstaan bij de invordering van de geldschulden van uw onderneming.

Aarzel dan ook niet om ons te contacteren mocht u vragen hebben over de nieuwe procedure of ingeval u een offerte wenst met het oog op invorderingen voor uw onderneming.

delen op

2016-11-19T13:59:52+00:00