>Je zult maar jurylid zijn in de zaak Hardy
Hardy

Door Anne Marie De Clerck – 13/03/2018 – In de kijker

je zult maar jurylid zijn in de zaak hardy

Onderstaande tekst verscheen eerder als opiniebijdrage in De Standaard van 7 maart 2018. Bekijk hier het originele artikel.

Op dit ogenblik wordt in een assisenproces in Tongeren een man berecht die weerzinwekkende moorden pleegde. De gerechtspsychiaters beschrijven de beschuldigde als een seksuele, sadistische seriemoordenaar die behoort tot de gevaarlijkste mensen in onze maatschappij. Tijdens de zittingen kwam neuroloog Chris van der Linden, die door de verdediging was opgeroepen, getuigen dat zijn misdaden toe te schrijven zijn aan zijn parkinsonmedicatie (DS 28 februari). De dag na die getuigenis kwamen de wetsdokter en de gerechtspsychiaters vertellen dat wat Van der Linden had aangebracht onzin was. Volgens de gerechtsexperts bestaat er geen causaal verband tussen de medicatie en de agressie van Renaud Hardy.

Tegenstrijdige visies

Het stelt op scherp tegen welke grenzen ons justitieel bestel botst. Als de wetenschap objectief kan vaststellen dat de hersenen van de beschuldigde zijn aangetast en dat zijn daden niet aan zijn vrije wil kunnen worden toegerekend, dan moet de internering volgen. Maar in deze zaak zijn er tegenstrijdige wetenschappelijke visies. De jury moet die verschillende visies vertalen naar één juridische waarheid. Je zult maar jurylid zijn, met de loodzware taak om in deze omstandigheden een oordeel te vellen dat het leven van zowel dader als slachtoffers zal beïnvloeden.

Als buitenstaander kun je daar onmogelijk uitspraken over doen. De informatie die de buitenstaander bereikt, is per definitie gefilterd. Elke rechterlijke beslissing is maatwerk en komt uitsluitend de rechter toe die het debat in al zijn nuances van begin tot einde heeft gevolgd. Die rechter heeft bovendien de eed afgelegd om te oordelen zonder haat of kwaadwilligheid en zonder vrees of genegenheid. De lat ligt hoog, want wanneer beslist wordt over mensenlevens, zijn fouten onaanvaardbaar.

Om een internering te kunnen uitspreken, moet worden vastgesteld dat de beschuldigde op het ogenblik van de beoordeling aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast. Een volledig verlies van het oordeels- of controlevermogen is niet vereist, maar wel minstens een ernstige graad van verlies. De wet definieert de internering als een veiligheidsmaatregel die de bescherming van de maatschappij nastreeft.

Dat velen het debat over de geestesvermogens van de beschuldigde als een ontoelaatbare verdedigingsstrategie ervaren, komt onder meer omdat internering niet aanvoelt als een straf. De internering legt de verantwoordelijkheid voor de feiten buiten de dader. En aangezien het om gruwelijke feiten gaat, is dat moeilijk te verteren. Het is normaal dat het rechtvaardigheidsgevoel dan komt bovendrijven. Maar bij rechtspreken mag dat gevoel de (wetenschappelijke) werkelijkheid niet opzijschuiven. Want wanneer de rechter zich bij de beoordeling van de schuldvraag laat leiden door een rechtvaardigheidsgevoel, komt hij ver van het ware rechtspreken te staan.

Vergeetput

Wie het interneringsregime kent, weet dat internering geen geschenk is. En al zeker niet in België, dat een beschamende reputatie heeft op dit vlak. Tot vandaag oordeelt ons juridische apparaat over bepaalde daders van misdrijven dat ze geestesziek zijn en moeten worden geïnterneerd, om hen vervolgens in een vergeetput van de gevangenis te gooien, waar geen enkele behandeling wordt aangeboden. Je kon tot voor kort zelfs geïnterneerd worden voor eenvoudige vermogensdelicten waarbij geen fysieke slachtoffers vielen. Een jarenlange gevangenisstraf waar een einddatum aan kleeft, is vanuit het oogpunt van de dader veelal te verkiezen boven een uitzichtloze opsluiting zonder zorg. Al meermaals heeft het Europees Mensenrechtenhof België in scherpe bewoordingen veroordeeld voor die wantoestanden.

Wat het proces in Tongeren alvast uitwijst, is dat we zwaar tekortschieten nog voor we tot een beslissing over eventuele internering komen. Hoe is het mogelijk dat Van der Linden nog zo laat in het proces fundamentele informatie moest komen aanvoeren? De neuroloog staat er alleen voor en werd ingeschakeld door de verdediging, maar misschien heeft hij gelijk. Gerechtsexperts hebben vaak onterecht een betere reputatie dan experts van de verdediging: ze zouden over meer kennis en geloofwaardigheid beschikken. Nochtans hebben gerechtsexperts ook geen speciaal diploma behaald. Ze moeten evenmin aan bepaalde kwalitatieve standaarden voldoen. De structureel gebrekkige wijze waarop de geestesvermogens van een verdachte in België worden onderzocht, heeft als resultaat dat lekenrechters nu zelf een zware knoop zullen moeten doorhakken in een wetenschappelijk debat.

Enkele kilometers verder dan Tongeren zijn er allang observatiecentra. Een verdachte van wie vermoed wordt dat hij geestelijk afwijkt, wordt in Nederland langdurig geobserveerd door gespecialiseerde forensische gedragswetenschappers. Daardoor kunnen ze een veel nauwkeuriger beeld van hem schetsen voor hij finaal door de rechtbank beoordeeld wordt. In België werd de noodzaak voor zo’n centrum al in 2002 ingezien, maar werden er nooit middelen vrijgemaakt om dit te realiseren.

delen op

2018-03-13T20:35:00+00:00