>Kosteloze bijstand voor rechtspersonen?
rechtsbijstand rechtspersonen

Door Joachim Meese – 11/12/2016 – In de kijker

ook rechtspersonen moeten aanspraak kunnen maken op kosteloze bijstand

Uit een arrest van 17 november 2016 van het Grondwettelijk Hof blijkt dat rechtspersonen die over onvoldoende inkomsten beschikken aanspraak moeten kunnen maken op kosteloze rechtsbijstand als zij strafrechtelijk worden vervolgd. Net zoals natuurlijke personen dus. Bovendien moet de wetgever zorgen voor een  mechanisme waarbij de lasthebber ad hoc die wordt aangesteld om de vervolgde rechtspersoon bij te staan, de garantie heeft dat zijn kosten en erelonen worden betaald. Dat betekent dat de wetgever zal moeten voorzien in het ten laste nemen van deze kosten en erelonen als de rechtspersoon insolvabel blijkt te zijn.

Over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen

Sedert 1999 kunnen rechtspersonen net zoals natuurlijke personen in principe voor alle misdrijven strafbaar worden gesteld. Dat geldt voor alle rechtspersonen, dus zowel de privaatrechtelijke (bijv. de handelsvennootschappen of een vzw) als de publiekrechtelijke (bijv. de Regie der Gebouwen of de Orde van Advocaten). Wat dat laatste betreft, voorziet de wet echter wel een uitzondering voor de rechtspersonen naar publiek recht met rechtstreeks verkozen organen. Niet strafbaar zijn dus onder andere de federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten en zelfs de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s).

De strafbaarheid van rechtspersonen betreft een autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat deze verantwoordelijkheid voltrekt los staat van de eventuele gedragingen van de natuurlijke personen door wie zij handelen (bijv. de zaakvoerder of de bestuurders van de vennootschap). Wel is uiteraard vereist dat de rechtspersoon schuld heeft aan het misdrijf opdat een veroordeling zou kunnen worden uitgesproken. Het gaat dan om een eigen verwijtbaarheid die afzonderlijk moet bestaan naast een eventuele verwijtbaarheid in hoofde van natuurlijke personen die de rechtspersoon kunnen binden.

Uiteraard kan aan een rechtspersonen geen gevangenisstraf worden opgelegd. De hoofdstraf voor rechtspersonen is dus de geldboete. Daarvoor gelden de volgende regels:

  • misdrijven bestraft met levenslange gevangenisstraf: geldboete van 240.000 euro tot 720.000 euro te vermenigvuldigen met de opdeciemen (momenteel maal 6, maar vanaf 1 januari 2017 maal 8);
  • misdrijven bestraft met andere vrijheidsstraffen en/of een geldboete: in dit geval geldt een vrij ingewikkeld conversiemechanisme (art. 41bis §1 van het Strafwetboek heeft het over een “geldboete van minimum 500 frank vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; met als maximum 2.000 frank vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld”, het aldus bekomen bedrag moet dan nog vermenigvuldigd worden met de opdeciemen om de uiteindelijke geldboete in euro te bekomen);
  • misdrijven bestraft met geldboete alleen: dezelfde geldboete geldt ook voor rechtspersonen.

Daarnaast voorziet de wet ook nog in straffen die specifiek ten aanzien van rechtspersonen kunnen worden opgelegd, zoals de ontbinding van de rechtspersoon of de tijdelijke of definitieve sluiting van een of meer inrichtingen.

Wat is een lasthebber ad hoc en wanneer wordt die aangesteld?

Het is zeker niet uitzonderlijk dat in een welbepaalde zaak voor dezelfde of samenhangende feiten niet enkel een rechtspersoon wordt vervolgd, maar ook een natuurlijke persoon die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. In dat geval zal de rechter die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering, een lasthebber ad hoc aanwijzen. Die lasthebber ad hoc moet dan de rechtspersoon vertegenwoordigen en komt als het ware in de plaats van de personen die gewoonlijk de bekwaamheid hebben om hem te vertegenwoordigen. Zo kan de lasthebber ad hoc bijv. als enige rechtsmiddelen (zoals hoger beroep) aanwenden voor de rechtspersoon. De bedoeling van de aanstelling van een lasthebber ad hoc is dat eventuele belangenconflicten worden vermeden. Meestal is de lasthebber ad hoc een advocaat, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. De rechtspersoon kan trouwens ook zelf het initiatief nemen om de aanstelling van een lasthebber ad hoc te vragen. Stelt men geen advocaat voor (maar bijv. de CEO of CFO), dan zal de betrokkene – als hij wordt aangesteld – uiteraard best zelf wel beroep doen op een advocaat om hem of haar te laten bijstaan. Maar de rechter kan ook oordelen dat de voorgestelde lasthebber ad hoc onvoldoende waarborgen van onafhankelijkheid biedt en iemand anders aanstellen. Toch mag daarbij niet zover worden gegaan dat het recht op vrije keuze van een raadsman zou worden aangetast. Zo besliste de kamer van inbeschuldigingstelling van Gent recent om de aanstelling door de onderzoeksrechter van een advocaat als lasthebber ad hoc ongedaan te maken omdat de rechtspersoon al een eigen onafhankelijke advocaat had aangesteld, waarvan de onderzoeksrechter trouwens op de hoogte was (KI Gent 29 november 2016, KI 2016/12/47, onuitgegeven). Die door de rechtspersoon gekozen advocaat werd dan ook als lasthebber ad hoc aangesteld.

Wie betaalt de lasthebber ad hoc?

Wat de kosten en erelonen betreft, stelt het arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 november 2016 vast dat sommige hoven en rechtbanken voorzien in een provisie vanaf het begin van het mandaat en voorschrijven dat de staat van kosten en erelonen ter begroting moet worden overgelegd, terwijl door andere hoven en rechtbanken daaromtrent niets wordt bepaald (overweging B.8.3 van het arrest). Ook wat de aard van de kosten betreft, is er trouwens geen eenduidigheid in de rechtspraak. Sommige beslissingen gaan uit van eigen kosten van de verdediging, terwijl andere rechtspraak de kosten kwalificeert als gerechtskosten.

Aangezien het de rechtbank is die de lasthebber ad hoc met zijn opdracht belast en het geen onbezoldigd mandaat betreft, besluit het Grondwettelijk Hof dat het niet redelijk verantwoord is het risico van insolvabiliteit van de rechtspersoon te laten dragen door de lasthebber ad hoc zelf in zoverre daaruit een tekortkoming zou kunnen voortvloeien in de verdediging van de rechtspersoon, die door de lasthebber ad hoc wordt verzekerd (overweging B.8.2 van het arrest). Het hof besluit daarom dat het de wetgever toekomt te voorzien in een mechanisme dat toelaat de kosten en erelonen van de door de rechter aangewezen lasthebber ad hoc ten laste te nemen wanneer de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt insolvabel is (overweging B.9.2 van het arrest).

Net zoals natuurlijke personen moet ook een rechtspersoon die insolvabel is, om zich te kunnen verdedigen in strafzaken, beroep kunnen doen op kosteloze rechtsbijstand. Gelet op de straffen die aan rechtspersonen kunnen worden opgelegd, valt het namelijk niet uit te sluiten dat een tegen een rechtspersoon ingestelde strafvervolging voldoende belangrijk is om de kosteloosheid van rechtsbijstand in zijn voordeel te verantwoorden (overweging B.13.3). Er kan ook niet aangenomen worden dat de aangestelde lasthebber ad hoc steeds over de nodige vaardigheden en ervaring beschikt om, zonder de bijstand van een advocaat die gespecialiseerd is in de betrokken materie, de verdediging van de rechtspersoon te verzekeren (overweging B13.5 van het arrest). Dat argument geldt uiteraard vooral voor de lasthebbers ad hoc die zelf geen advocaat zijn. Het Hof komt dan ook tot het besluit dat de artikelen 508/1 en 508/13 van het Gerechtelijk Wetboek strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel en met het recht op kosteloze bijstand zoals voorzien in artikel 6.3.c van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, in zoverre zij de strafrechtelijk vervolgde rechtspersoon die over onvoldoende inkomsten beschikt, uitsluiten van juridische tweedelijnsbijstand (overweging B.15).

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:07:23+00:00