>Middagjournaal Nieuwe Feiten van 30 januari 2019
sport

Door Walter Van Steenbrugge – 30/01/2019 – In de kijker

middagjournaal nieuwe feiten van 30 januari 2019

Het was geheel toevallig dat gisterenavond toen ik thee haalde, een kereltje de wachtzaal uitstapte en aanstalten maakte om zich naar de dienst boekhouding te begeven. De tiener had zijn huistaken onder de arm en hield in zijn hand een passer met winkelhaak vast.

Zijn alaam vermoedde enige ambitie tot vrijmetselarij, maar al snel stelde ik vast dat hij geen geheimen verborg.

Hij oogde wat ouder dan de leeftijd die hij me toevertrouwde: “13”.

De jongen bracht centen ter aflossing van een schuld aan een cliënt van ons. Fier zegde hij, in helder Nederlands, dat hij zelf rechtstreeks had onderhandeld om gemak van betaling te bekomen. “35 euro per maand is het best haalbaar”, stelde hij, alsof de jongen iedere avond na school nog enkele businessplannen moet uitwerken en analyseren.

Zijn vader was invalide, zijn moeder deeltijds poetshulp. Het gezin stamde af van de Yezidi, Koerden uit Irak.

Of er nog andere gezinsleden waren, was een vraag die zichtbaar door merg en been sneed. Zijn oudere zus was op een dag meegenomen en ontvoerd richting het Sinjar-gebergte. De klank ging plots uit de stem, woorden kwamen nog amper uit de mond, de gitzwarte wimpertjes trilden en zijn ogen tuurden naar het misdadige en schimmige verleden, vol onzekerheid, duisternis en ellende.

In zijn gezicht was de oorlog voorbijgekomen. Hij had zijn zus nooit nog teruggezien, zegde hij.

Zijn betoog was soeverein aan het kwitantiebriefje dat hij netjes opborg in de achterzak. De banaliteit van onze alledaagse “zogezegde” problemen werd levensgroot. Met wat hij had meegemaakt leek de jongeling onkwetsbaar voor nog meer incassering.

Zijn schoolse kennis was nu de brandstof voor het verdere leven. Hij hield van de school, vertelde hij me, en wou later voor zijn ouders zorgen. En ooit ga ik nog op zoek naar mijn zus, of naar de daders van de brutale ontvoering, besloot het jongetje het gesprek.

Geen slapte bij hem meer te bespeuren, alleen nog strijdkracht. Zijn hartje lag nog niet in puin, evenmin zijn dromen.

Dat sloeg bij mij naar binnen.

Samenzweerderig schudde ik zijn hand en zag hem als een volleerd pistier op zijn fiets stappen. De lucht zat vol sneeuw.

Enkel Adamo en ‘Tombe la neige’ kon nog troost brengen.

Mon cœur s’habille de noir,
Tout est blanc de désespoir.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-02-01T15:44:51+00:00