>Mijn beroep? Sporter! (deel 1)
sport

Door Stefaan Sonck en Ruben Vispoel – 11/09/2018 – In de kijker

over het onderscheid tussen amateursporter en betaalde sportbeoefenaar

De sportbeoefening kent vele varianten. Van de individuele vrijetijdssporter die, geheel op eigen initiatief en zonder enige verplichting of gebondenheid gaat fietsen, lopen, fitnessen…, over de leden van een feitelijke vereniging die, al dan niet na gezamenlijke training, met de club in competitie uitkomen, tot de professionele sporter die individueel (golf, judo, zeilen, …) of in team (voetbal, basket, volley, …) om den brode sport.

De doorsnee vrijetijdssporter die aansluit bij een vereniging, noemen we “de amateur”. Officieel spreekt men van de niet-professionele sporter.

Voor de amateursgelden voor de Vlaamse gemeenschap de bepalingen van het Decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar.

Dit decreet biedt de amateursporter de mogelijkheid om jaarlijks, in een door de reglementering nader bepaalde periode van één maand, zonder kosten het lidmaatschap met de sportclub te beëindigen om elders te kunnen aansluiten.

Deze amateursporter, die niet vergoed wordt, heeft naast het betalen van zijn lidgeld en het zich schikken naar de reglementen, geen specifieke sociale of fiscale verplichtingen.

Door de aansluiting bij een erkende sportvereniging die op haar beurt lid is van een sportfederatie, geniet de amateursporter meestal van een bijzondere verzekering voor geneeskundige tussenkomsten (bovenop de gemeenrechtelijke mutualiteitstussenkomst) die het gevolg zijn van een sportletsel, en eventueel een aansprakelijkheidsverzekering.

Ontvangt de amateursporter een vergoeding (andere dan vrijwilligersvergoeding) die meer is dan een werkelijke kostenvergoeding), dan zal deze worden belast.

Daarnaast heb je de professionele sporter, door de wetgever “betaalde sportbeoefenaar” genoemd. Niets is echter wat het lijkt. Zo valt niet iedereen die op één of andere wijze vergoed wordt voor zijn sportprestatie, onder de wetgeving van de betaalde sportbeoefenaar…

De wet van 24 februari 1978 bepaalt immers dat onder betaalde sportbeoefenaars worden verstaan de personen die de verplichting aangaan zich voor te bereiden op, of deel te nemen aan een sportcompetitie of sportexhibitie onder het gezag van een ander persoon tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt. Dit grensbedrag bedraagt sinds 1 juli 2017 (en alvast tot 30 juni 2019), bruto 10.200,00 euro. Het loonbegrip wordt ruim opgevat en bevat dus ook alle voordelen zoals bijvoorbeeld wedstrijdpremies.

Terloops merken we op dat niet alleen de sporters zelf, maar ook trainers of scheidsrechters door een koninklijk besluit onder het toepassingsgebied van de wet betaalde sportbeoefenaar kunnen worden gebracht (wat bijvoorbeeld gebeurde voor de trainers in het voetbal, basket, volley en wielrennen).

In onze eerstvolgende bijdrage lichten we de krijtlijnen toe van de overeenkomst van zulke “betaalde sportbeoefenaar”.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-09-11T15:23:35+00:00