>Minnelijke schikking in strafzaken deels ongrondwettig bevonden
minnelijke schikking

Door Joachim Meese – 02/06/2016 – In de kijker

minnelijke schikking in strafzaken deels ongrondwettig bevonden

In een belangrijk arrest van vandaag heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de minnelijke schikking in strafzaken. Het volledige arrest kan u hier lezen. Wij geven alvast wat uitleg.

wat is een minnelijke schikking?

Een minnelijke schikking betekent dat er tussen het openbaar ministerie en de verdachte een ‘deal’ wordt gesloten die erin bestaat dat de strafvordering vervalt als de verdachte een bepaalde geldsom betaalt. In beginsel kan dat maar als het slachtoffer vergoed is. Gaat het om feiten van bijv. fiscale fraude, dan zal de verdachte ook de fiscus moeten hebben vergoed alvorens de deal met het openbaar ministerie doorgang kan vinden.

De mogelijkheid om een strafzaak op die manier af te sluiten bestaat al lang (sedert 1935 om precies te zijn). In 2011 besliste de wetgever echter om de minnelijke schikking drastisch uit te breiden, aangezien het sedertdien ook mogelijk is om te schikken nadat de zaak al aanhangig werd gemaakt bij een rechter. De zogenaamde ‘verruimde’ minnelijke schikking kan daardoor sedert 2011 ook plaatsvinden tijdens een gerechtelijk onderzoek en zelfs tijdens de procedure ten gronde. Een recente wetswijziging (de zogenaamde wet ‘potpourri II’, waarover meer in een van onze eerdere berichten) heeft er wel voor gezorgd dat er niet meer geschikt kan worden nadat de strafrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over de grond van de zaak. Daarvoor (althans sedert 2011) kon dat wel, zelfs hangende een procedure voor het Hof van Cassatie. Ten gevolge daarvan was vaak de kritiek te horen dat de minnelijke schikking het mogelijk maakt om een strafzaak ‘af te kopen’.

wat heeft het grondwettelijk hof beslist?

Aan het Grondwettelijk Hof werd onder meer de vraag gesteld of het feit dat het openbaar ministerie kan beslissen om een schikking af te sluiten in een strafzaak die al bij een rechter aanhangig is gemaakt, niet ongrondwettig is. Die vraag werd door het Hof bevestigend beantwoord. Met name wijst het Hof er op dat een dergelijk systeem wel kan, maar dan alleen als de ‘deal’ tussen het openbaar ministerie en de beklaagde wordt voorgelegd aan een rechter die de overeenkomst op een volwaardige wijze kan controleren. Dat betekent dat de rechter niet alleen de wettigheid, maar ook de opportuniteit van de schikking moet kunnen toetsen (overweging B.12.4 van het arrest). En daar knelt net het schoentje, want dat laatste is in de huidige regeling niet mogelijk: een minnelijke schikking wordt wel ter bekrachtiging voorgelegd aan een rechter, maar die mag zich niet uitspreken over de opportuniteit of de proportionaliteit van de schikking. De rechter kan dus niet de bekrachtiging van een schikking weigeren die hij te hoog of te laag vindt, noch kan hij de bekrachtiging weigeren omdat hij van oordeel is dat een andere vorm van bestraffing meer aangewezen is.

wat zijn de gevolgen van deze beslissing?

Het Grondwettelijk Hof heeft vastgesteld dat art. 216bis, §2 van het Wetboek van Strafvordering strijdig is met de grondwet “in zoverre het het openbaar ministerie machtigt om via een minnelijke schikking in strafzaken een einde te maken aan de strafvordering nadat de strafvordering is ingesteld, zonder dat een daadwerkelijke rechterlijke controle bestaat”.

Er is dus op zich niets mis met de mogelijkheid om te schikken als de zaak al bij een rechter zit, maar dan moet wel voorzien zijn in een daadwerkelijke rechterlijke controle. Dat betekent dat de rechter de bekrachtiging van de schikking ook moet kunnen weigeren als hij het bedrag van de schikking te hoog of te laag acht, of als hij van oordeel is dat de feiten beter niet via een schikking zouden worden afgehandeld. Aangezien de huidige bekrachtigingsprocedure slechts voorziet in een formele controle door de rechter, zal de wet moeten worden aangepast. Niets lijkt zich er echter tegen te verzetten dat in afwachting van een wetswijziging toch nog minnelijke schikkingen worden afgesloten in zaken die al bij een rechter aanhangig zijn, voor zover de huidige wettelijke regeling grondwetsconform wordt geïnterpreteerd. Dat betekent concreet dat aan de rechter die de schikking moet bekrachtigen, zou worden gevraagd om een volwaardige controle uit te voeren zoals vereist door het Grondwettelijk Hof.

ik heb onlangs een minnelijke schikking afgesloten, wat nu?

Voor minnelijke schikkingen die reeds zijn afgesloten is er geen probleem, zeker niet als deze ondertussen al zijn bekrachtigd. Het Grondwettelijk Hof heeft immers ook beslist om de gevolgen van de vernietigde bepaling te handhaven tot het ogenblik waarop het arrest gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad. Een reeds vervallen strafvordering blijft dus uiteraard vervallen.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:15:22+00:00