>Na het maskerverbod, nu de maskerplicht
sport

Door Stefaan Sonck – 12/08/2019 – In de kijker

na het maskerverbod, nu de maskerplicht

Brussel voerde sinds woensdag de mondmaskerplicht in voor wie zich in het openbaar begeeft. Burgerzin wordt op de proef gesteld.

Maskerverbod

Net geen 10 jaar geleden werd door een nieuwe strafbepaling het verbod opgelegd om zich in de publieke ruimte te begeven met het aangezicht zodanig verhuld, dat men niet herkenbaar is. Dit burkaverbod, want daar kwam het op neer, was en is op meerdere vlakken problematisch.

De persoonlijke vrijheid om zich te kleden hoe men wil en de vrijheid van geloofsbeleving werden aangevoerd tegen het verbod. Grondrechten leken in het gedrang.

Bij het formuleren van het verbod, diende de wetgever genuanceerd tewerk te gaan, want in vele situaties wordt aanvaard dat het gelaat wel degelijk verhuld wordt.

Het verbod geldt slechts indien de wet niet anders bepaalt. Zo, bijvoorbeeld, blijft de motorhelm met donker gezichtsscherm uiteraard toegestaan.

Bovendien moeten ook de kledijvoorschriften in wetgeving en arbeidsreglementen overeind blijven, bijvoorbeeld om in de voedingsindustrie hygiënische standaarden te halen of om de buizenfitter te beschermen tegen vonken.

Ook een gemeentelijke politieverordening met het oog op feestactiviteiten kan afwijken van het verbod. Karnavalisten halen opgelucht adem.

Een principieel verbod met vele mogelijke uitzonderingen.

Tot slot blijkt ook de handhaving van het verbod niet evident. Onmiddellijk, kordaat en efficiënt optreden, zero tolerance weet je wel, is niet alleen uitgesloten, het lijkt mij zelfs niet raadzaam wil men onnodige polarisering vermijden.

Kortom: niet alleen worden enkele grondrechten in het gedrang gebracht, bovendien is de regelgeving niet eenvoudig en blijkt de handhaving prioritair noch evident.

De (mond)maskerplicht

Dezelfde problemen duiken thans op in verband met de (mond)maskerplicht.

Zoals dat ook het geval is in buurlanden, vinden velen dat hun persoonlijke vrijheid wordt aangetast. De grondrechten komen om het hoekje kijken.

Het algemeen belang (de volksgezondheid én de staatsfinanciën) lijken een beperkte, tijdelijke aantasting van deze vrijheid te kunnen rechtvaardigen.

Net zoals bij de gordelplicht in voertuigen, wil men niet alleen voorkomen dat de burger zelf letsel/ziekte oploopt zodat hij achteraf geen beroep moet doen op de gemeenschap om zijn verzorging te financieren. Men wil bovendien zo goed mogelijk voorkomen dat de virusdragende burger ook anderen besmet. Probleem is natuurlijk dat zelfs wetenschappers niet eenstemmig zijn over het nut van het mondmasker. En dan is de vraag naar de proportionaliteit van de maatregel niet veraf.

De regel en de uitzonderingen leiden ook hier tot wenkbrouwgefrons.  Het mondmasker wordt in beginsel verplicht. Behalve voor zware beroepen, voor wie sport of om medische redenen. Maar fietsers moeten wél een mondmasker dragen, alsof fietsen geen sport is en in Brussel geen inspanning zou vergen. Ook het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel worden bovengehaald.

De handhaving? Ik doe een boude voorspelling: dat zal niet lukken. De eerste dag was alvast geen succes. Ik zag meer mensen zonder dan met mondmasker. Mogelijk had dit te maken met onwetendheid. Medeburgers hierop aanspreken is niet evident. Als zelfs ordehandhavers het niet onder de markt hebben, kan je van de brave burger weinig initiatief verwachten.

Besluit

Na de aankoopsaga en de welles-nietes debatten over het nut van de mondmaskers, zal het verplicht gebruik van dit stukje textiel in de openbare ruimte een bijkomend hot item worden. Net nu het bloedheet is.

De burgerzin van de Brusselaars zal de doorslag moeten geven.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2020-08-12T17:50:02+00:00