>Het hoofddoekendebat van Vlaanderen: geen juridische maar een maatschappelijke keuze
sport

Door Esther Theyskens – 11/10/2019 – In de kijker

Neutraliteit of diversiteit?
Het hoofddoekendebat van Vlaanderen: geen juridische maar een maatschappelijke keuze

Het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse Regering bepaalt dat men zal zorgen voor de “levensbeschouwelijke neutraliteit voor leerkrachten en leerlingen” in het Provinciaal en Gemeenschapsonderwijs (“GO!”). Met andere woorden: men wil een algemeen verbod op levensbeschouwelijke kentekens (ook kortweg “hoofddoekenverbod” genoemd) in publieke scholen decretaal verankeren.

Nochtans oordeelde de Leuvense rechtbank van eerste aanleg net voor de start van het nieuwe schooljaar nog dat het bestaande algemeen hoofddoekenverbod van het GO! in strijd is met de godsdienstvrijheid, zoals vervat in artikel 19 van de Grondwet en artikel 9 van het EVRM.

Het Franse versus het Britse model

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kunnen beschouwd worden als typevoorbeelden van mogelijke maatschappelijke benaderingen van deze kwestie.

In Frankrijk is dit geregeld op grond van het grondwettelijk principe van “laïcité”. Dit principe, dat ontstond tijdens de Franse Revolutie en een fundamentele waarde van de Franse Republiek is, laat zich niet eenduidig omschrijven. Enerzijds houdt het de strikte scheiding van kerk en staat (en van het publieke en het religieuze leven) in. Anderzijds waarborgt het net de vrijheid van geweten, de vrijheid om zijn of haar (geloofs)overtuigingen te uiten en de gelijkheid van iedereen voor de wet, ongeacht zijn of haar geloof of overtuiging (binnen de grenzen van de bescherming van de openbare orde).

Op basis van dit principe, is het in Frankrijk bij wet verboden voor leerlingen om op school opvallende levensbeschouwelijke kentekens te dragen. De gelijkheid en de vrijheid van ieder kind om zijn of haar eigen geloof en levenswijze te kiezen dient beschermd te worden. Het dragen van opvallende levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen zou een onbehoorlijke druk kunnen leggen op andere leerlingen, waardoor die waarden – vervat in de grondwettelijke laïcité – in het gedrang komen.

Het Verenigd Koninkrijk kent daarentegen een traditie van multiculturaliteit. Dit houdt in dat scholen leerlingen niet (rechtstreeks of onrechtstreeks) mogen discrimineren op basis van bepaalde beschermde criteria, waaronder religie. Leerlingen verplichten om zich op school op een bepaalde manier te kleden of niet te kleden, die niet verenigbaar is met hun religieuze verplichtingen, wordt als discriminatie gezien. Een algemeen verbod op levensbeschouwelijke kentekens is er dus uit den boze.

Wat zegt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukt in zijn vaste rechtspraak dat de lidstaten over een ruime beoordelingsvrijheid beschikken om het dragen van levensbeschouwelijke kentekens op publieke plekken al dan niet te verbieden, zeker in de context van scholen. De plaats van religie in de samenleving en de impact van de publieke uiting ervan is volgens het Europees Hof namelijk sterk afhankelijk van tijd en ruimte. Regels in dit verband hangen dan ook nauw samen met de nationale tradities en context.

Het Europees Hof acht daarom zowel het Britse als het Franse model verzoenbaar met het EVRM.

Daarmee wordt het hoofddoekendebat dus niet beslecht.

En wat zegt onze Grondwet?

Onze Grondwet kent het principe van een strikte scheiding van kerk en staat (overigens van Frankrijk geërfd), maar bevat geen begrip zoals de Franse laïcité. Hoewel het GO! de grondwettelijk gewaarborgde neutraliteit van het gemeenschapsonderwijs als een Belgische variant van de laïcité lijkt in te roepen, kan die neutraliteit net zo goed als “actief pluralisme” vertaald worden – naar Brits model.

Ook de Grondwet biedt dus geen soelaas.

Onze rechtbanken (inclusief de Raad van State) oordeelden evenwel tot nu toe dat het algemeen verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens van het GO! niet “noodzakelijk” is in de huidige Vlaamse samenleving en context.

Maatschappelijke keuze

Méér dan de juridische discussies die ermee gepaard gaan, betreft het hoofddoekendebat echter een principezaak die aan de kernwaarden van onze samenleving raakt. Dragen wij neutraliteit en secularisme (naar Frans model), dan wel diversiteit en verdraagzaamheid (naar Brits model) het hoogst in het vaandel? Of nog: willen wij dat onze kinderen opgroeien in een neutrale omgeving waarin elk kind vrij en gelijk is, dan wel in één die een afspiegeling is van onze diverse samenleving, waarin kinderen actief leren omgaan met “anders-zijn”?

En misschien is de manier waarop we als maatschappij met de ene of de andere optie in de praktijk omgaan wel belangrijker dan de keuze.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-10-14T15:42:47+00:00