>Niet elke overlevering is een uitlevering
uitlevering

Door Joachim Meese en An-Sofie Raes – 06/05/2016 – In de kijker

niet elke overlevering is een uitlevering

Vorige week werd Salah Abdeslam door België aan Frankrijk overgeleverd. Verschillende bronnen hadden het in dat verband over de ‘overlevering’ van Abdeslam, terwijl andere bronnen melding maakten van de ‘uitlevering’ van de man.

Nochtans is een uitlevering niet hetzelfde als een overlevering, dus betreft het hier niet een louter taalkundige aangelegenheid.

Een uitlevering (in het Engels en het Frans extradition) betekent dat er op basis van een tussen twee staten afgesloten verdrag, wordt overgegaan tot de overbrenging van een verdachte of van een reeds veroordeelde persoon. In het eerste geval betreft het dan een vervolgingsuitlevering, in het tweede geval een executie-uitlevering.

De mogelijkheid tot uitlevering kent een lange voorgeschiedenis. Zo werd al tot uitlevering overgegaan in onder meer Griekse en de Romeinse geschiedenis. Zelfs in 1280 v.C. zou al een uitleveringsverdrag gesloten zijn tussen de Egyptische farao Ramses II en de koning van de Hittieten.

Tussen EU-lidstaten wordt geen gebruik meer gemaakt van de uitlevering, maar wel van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). In dat verband wordt daarom niet gesproken van de uitlevering van een persoon, maar wel van de overlevering. Daarom is het correct om in het kader van de overbrenging van Abdeslam naar Frankrijk de term overlevering te hanteren en niet uitlevering (uiteraard maken EU-lidstaten wel nog gebruik van de uitlevering, maar dan enkel in relatie tot niet EU-landen zoals bijv. de Verenigde Staten).

Daar waar uitlevering en overlevering in wezen tot hetzelfde resultaat leiden (de overbrenging van een persoon van de aangezochte naar de verzoekende Staat), zijn beide procedures erg verschillend.

Bij de traditionele uitleveringsprocedure (die nog steeds bestaat voor uitlevering van personen naar niet EU-lidstaten) is de uiteindelijke beslissing over de uitlevering vooreerst politiek aangezien deze wordt overgelaten aan de Minister van Justitie, terwijl in het kader van de overlevering op basis van een Europees Aanhoudingsbevel slechts de rechterlijke macht bevoegd is om te oordelen.

Een EAB-procedure kan ook veel sneller verlopen en is aan minder beperkingen onderhevig. Omwille van het vertrouwen tussen de lidstaten, werd het in Europa immers logisch geacht dat een overbrenging van een verdachte of veroordeelde op een minder logge manier dan de klassieke uitlevering mogelijk moest zijn, gebaseerd op de wederzijdse erkenning van elkaars aanhoudingsbevelen.

Een ander significant verschil is dat er in tegenstelling tot de uitleveringsprocedure waar geen termijnen zijn bepaald, er bij de overlevering wel een wettelijke termijn van 60 dagen vanaf de aanhouding van een persoon geldt voor het nemen van de beslissing over de overlevering. Wanneer de betrokken aangehouden persoon evenwel instemt met zijn overlevering, wordt de wettelijke termijn teruggebracht op 10 dagen (‘verkorte procedure’).

De oorsprong van de EAB-procedure is terug te brengen op een kaderbesluit dat op 13 juni 2002 werd genomen (kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees Aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de EU-lidstaten van). Dat kaderbesluit werd in ons land bij wet van 19 december 2003 betreffende het Europees Aanhoudingsbevel (kortweg: EAB-wet) omgezet naar Belgisch recht.

De EAB-wet regelt twee situaties. Van zodra een EAB is uitgevaardigd, kan op basis van de EAB-wet de aanhouding en de overlevering van personen plaatsvinden, enerzijds met het oog op het instellen van de strafvervolging (‘vervolgingsoverlevering’), anderzijds met het oog op de uitvoering van een vrijheidsstraf of veiligheidsmaatregel (‘executie-overlevering’).

Voorwaarden

De voorwaarden voor overlevering door of naar België op basis van een EAB bestaan erin dat:

  • de feiten vatbaar moeten zijn voor overlevering (niet elk feit komt daarvoor in aanmerking),
  • de over te leveren persoon meerderjarig is (het Hof van Cassatie heeft echter wel beslist dat een vervolgingsoverlevering van een persoon die 16 jaar of ouder was op het ogenblik van de feiten, mogelijk is als de feiten kunnen leiden tot uithandengeving),
  • de feiten in beide landen strafbaar moeten zijn (dit is de regel van de ‘dubbele incriminatie’, die niet vereist is door het kaderbesluit maar wel de door Belgische wet die wel voorziet in een lijst van uitzonderingen),
  • de feiten in beide landen vervolgbaar moeten zijn of dat de veroordeling in beide landen vatbaar moet zijn voor tenuitvoerlegging (zo mag er geen sprake zijn van verjaring, amnestie of immuniteit).

Naast dit alles moet ook aan een aantal vormvereisten zijn voldaan om de uitleverende staat in staat te stellen controle uit te oefenen op het uitgevaardige EAB.

Weigeringsgronden

Het principe van de wederzijds erkenning heeft tot gevolg dat de rechterlijke macht, die uitspraak zal moeten doen over de tenuitvoerlegging van het EAB, geen discretionaire bevoegdheid heeft om de tenuitvoerlegging in te willigen of te weigeren. De weigeringsgronden zijn wettelijk bepaald, en kunnen van facultatieve of imperatieve aard zijn.

Alleszins voorziet het kaderbesluit minder weigeringsgronden dan de Uitleveringswet.

Wat België betreft zijn er vier verplichte weigeringsgronden, alsook een algemene mensenrechtenexceptie: amnestie (kwijtschelding van de straf), ne bis in idem (beginsel waardoor men geen twee maal kan gestraft of vervolgd worden voor dezelfde feiten), de leeftijd van de strafrechtelijk verantwoordelijke (in België vastgesteld op 18 jaar, tenzij bij uithandengeving vanaf 16 jaar), verjaring (die zowel kan slaan op de strafvordering als op de straf) en het gegrond gevaar voor de schending van mensenrechten. Is één van deze scenario’s voorhanden, dan is de rechter die een buitenlands EAB controleert, verplicht om de overlevering te weigeren.

Procedure in België (België als aangezochte Staat)

Alles start met het uitvaardigen in een EU-lidstaat van een EAB tegen een persoon of een signalering in het Schengen-informatiesysteem (SIS). Van zodra de gezochte persoon gevat kan worden, dient hij binnen de 24 uur voor een onderzoeksrechter te worden gebracht, die hem in kennis stelt van het bestaan en de inhoud van het EAB, alsook van de mogelijkheid om in te stemmen met zijn overlevering naar de uitvaardigende staat (‘verkorte procedure’) en zijn recht op een raadsman en een tolk.

Vervolgens kan de onderzoeksrechter, na de gezochte persoon verhoord te hebben, beslissen hem in hechtenis te plaatsen, dan wel in vrijheid te stellen onder voorwaarden. Wanneer de onderzoeksrechter tijdens het verhoor zou vaststellen dat er een kennelijke reden bestaat om de tenuitvoerlegging te weigeren, kan hij eveneens een beslissing nemen tot niet-tenuitvoerlegging van het EAB.

In ieder geval heeft de gezochte persoon steeds een absoluut recht op vrij verkeer met zijn advocaat. Dit recht kan hem onder geen enkel beding worden ontnomen of ontzegd.

Verschillend aan de uitleveringsprocedure, is dat de onderzoeksrechter in het stelsel van een EAB op ieder ogenblik de gezochte persoon in vrijheid kan stellen.

Binnen de 15 dagen na zijn aanhouding, moet de gezochte persoon verschijnen voor de raadkamer die uitspraak zal doen over de tenuitvoerlegging van het EAB. De raadkamer zal o.a. onderzoeken of de voorwaarden zijn nageleefd en of er geen weigeringsgronden voorhanden zijn.

Tegen de beslissing van de raadkamer tot tenuitvoerlegging van het EAB, waardoor de overlevering van de gezochte persoon doorgang zal vinden, kan binnen de 24 uur na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld door de gezochte persoon (of door het openbaar ministerie).

Ingevolge het hoger beroep, zal de zaak worden beoordeeld door de kamer van inbeschuldigingstelling die binnen de 15 dagen uitspraak zal moeten doen over het hoger beroep, op straffe van invrijheidstelling van de gezochte persoon.

Ook dit arrest zal aan de gezochte persoon moeten worden betekend binnen de 24 uur, waarna hij binnen de 24 uur een voorziening in cassatie kan instellen. Het Hof van Cassatie dient binnen de vijftien dagen uitspraak te doen over het cassatieberoep. Wordt het cassatieberoep verworpen, dan zal het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling over de tenuitvoerlegging van het EAB onmiddellijk uitvoerbaar worden.

Wanneer een definitieve beslissing voorhanden is ter tenuitvoerlegging van het EAB, is het openbaar ministerie belast met de effectieve tenuitvoerlegging ervan. In samenwerking met de diensten van de uitvaardigende staat zal zo snel als mogelijk een datum bepaald worden voor effectieve overlevering, die uiterlijk binnen de 10 dagen na de definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB wordt bepaald.

Om gegronde medische of gezondheidsredenen kan het openbaar ministerie in zeer uitzonderlijke omstandigheden de effectieve overlevering tijdelijke schorsen wegens ernstige humanitaire redenen.

Zoals hoger al even aangestipt, bestaat er ook de mogelijkheid van een verkorte procedure, wanneer de gezochte persoon onmiddellijk ten aanzien van het openbaar ministerie instemt met zijn overlevering. Deze instemming kan in ieder stadium van de vooraf beschreven procedure worden gegeven, maar kan ook worden ingetrokken tot het tijdstip van de effectieve overlevering. De instemming van de gezochte persoon met zijn overlevering heeft tot gevolg dat het openbaar ministerie onmiddellijk alles in het werk kan stellen met het oog op een spoedige effectieve uitlevering aan de uitvaardigende EU-lidstaat.

Specialiteitsbeginsel

Het specialiteitsbeginsel, zoals het gehanteerd wordt in de uitleveringsprocedure, bleef ook in de overleveringsprocedure op basis van een EAB gehandhaafd. Concreet houdt dit beginsel in dat een gezochte persoon niet kan worden vervolgd, veroordeeld of van zijn vrijheid beroofd wegens enig andere strafbaar feit dan datgene waarvoor hij werd overgeleverd.

Wanneer een gezochte persoon echter opteert voor de verkorte procedure en instemt met zijn overlevering, stemt hij er eveneens mee in dat hij afziet van de mogelijkheid om beroep te doen op het specialiteitsbeginsel.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:15:56+00:00