>Opschorting van het EVRM door Turkije
ECtHR

Door Stefaan Sonck – 02/08/2016 – In de kijker

opschorting van het evrm door turkije

Het was even schrikken toen de Turkse overheid onlangs liet weten dat het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (gesloten op 4 november 1950 en bekrachtigd door de 47 leden van de Raad van Europa), zou worden opgeschort.

Kan een land zo maar beslissen dit fundament van onze westerse, democratische samenleving, ter zijde te schuiven?

Het verdrag zelf bevat een preambule waarin de ondertekenaars, onder verwijzing naar de in 1948 door de algemene vergadering van de Verenigde Naties afgekondigde Verklaring van de Rechten van de Mens, hun geloof bevestigen “in deze fundamentele vrijheden die de grondslag vormen voor gerechtigheid en vrede in de wereld en welker handhaving vooral steunt, enerzijds op een waarlijk democratische regeringsvorm, anderzijds op het gemeenschappelijk begrip en de gemeenschappelijke eerbiediging van de rechten van de mens waarvan die vrijheden afhankelijk zijn”.

Artikel 1 van het Verdrag zelf bepaalt overigens: “De Hoge Verdragsluitende Partijen verzekeren een ieder die ressorteert onder haar rechtsmacht de rechten en vrijheden die zijn vastgesteld in de Eerste Titel van dit Verdrag”.

Het blijkt alvast de bedoeling te zijn geweest de verdragsrechtelijke rechten en vrijheden als essentieel te bestempelen, en een afwijking ervan in beginsel uit te sluiten.

Na een opsomming van een aantal rechten (zoals art. 6: recht op een eerlijk proces), vrijheden (zoals art. 10: vrijheid van meningsuiting) en verboden (zoals art. 14: verbod van discriminatie), laat artikel 15 nochtans een afwijking toe “in geval van noodtoestand”.

Wij citeren dit artikel 15 :

1. In tijd van oorlog of in geval van enig andere algemene noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt, kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij maatregelen nemen die afwijken van zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag, voor zover de ernst van de situatie deze maatregelen strikt vereist en op voorwaarde dat deze niet in strijd zijn met andere verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht.

2. De voorgaande bepaling staat geen enkele afwijking toe van artikel 2 (nvdr: Recht op leven), behalve in geval van dood als gevolg van rechtmatige oorlogshandelingen, en van de artikelen 3 (nvdr: verbod van foltering), 4, eerste lid (nvdr: verbod van slavernij of dienstbaarheid), en 7 (nvdr: geen straf zonder wet).

3. Elke Hoge Verdragsluitende Partij die gebruik maakt van dit recht om af te wijken, moet de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa volledig op de hoogte houden van de genomen maatregelen en van de beweegredenen daarvoor. Zij moet de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa eveneens in kennis stellen van de datum waarop deze maatregelen hebben opgehouden van kracht te zijn en de bepalingen van het Verdrag opnieuw volledig worden toegepast.

Na de melding van de Turkse overheid, verspreidde de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de heer Thorjon Jagland, volgend communiqué (vrij vertaald):

Ik heb thans een officiële nota van de Turkse regering ontvangen waarin zij meldt dat de beslissing om de noodtoestand af te kondigen voor drie maanden, als reactie op de mislukte poging tot militaire staatsgreep, zou kunnen tot gevolg hebben dat maatregelen moeten getroffen worden die strijden met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

De mogelijkheid voor de Lidstaten om tijdelijk af te wijken van het Verdrag wordt voorzien in artikel 15 dat van toepassing is bij een algemene noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde duidelijk dat elke afwijking in verhouding moet staan tot de feitelijke situatie en dat in geen enkel geval mag worden afgeweken van artikel 2 (Recht op leven), van artikel 3 (verbod van foltering en van onmenselijke of vernederende behandelingen) en van artikel 7 (geen straf zonder wet).

Eenieder die zich erover beklaagt het slachtoffer te zijn van een schending van het Verdrag door Turkije als gevolg van de maatregelen die getroffen worden naar aanleiding van de noodtoestand, kan dit aanbrengen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dit Hof zal dan beslissen of de betreffende maatregel verenigbaar is met het Verdrag.

De Raad van Europa volgt de gebeurtenissen in Turkije op de voet. Sinds de mislukte poging tot staatsgreep sta ik in nauw contact met de overheden, meer bepaald met de Minister van buitenlandse zaken Cavusoglu. Wij erkennen het recht van de Lidstaten om te reageren wanneer hun veiligheid in het gedrang is. Onze voornaamste bekommernis bestaat thans in de bescherming van de democratie en de rechten van de mens, die de toekomstige stabiliteit van Turkije moeten waarborgen.

Elkeen die begaan is met de Rechten van de Mens kan deze toestand slechts betreuren en kijkt met argusogen naar de verdere ontwikkelingen op het terrein.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:13:17+00:00