>EHRM veroordeelt België in pilootarrest inzake internering
pilootarrest internering

Door Joachim Meese – 07/09/2016 – In de kijker

ehrm veroordeelt belgië in pilootarrest inzake internering

In een arrest van gisteren heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) België in een pilootarrest veroordeeld voor de wijze waarop geïnterneerden worden behandeld in de Belgische gevangenissen. Ons kantoor heeft deze situatie al eerder aangeklaagd voor het EHRM, wat heeft geleid tot een mijlpaalarrest in de zaak van Tom De Clippel (lees hierover ook ons eerder bericht).

Wat is een pilootarrest?

Oorspronkelijk werd een veroordeling door het EHRM aanzien als een beslissing met louter individuele gevolgen. Het EHRM ging er vroeger namelijk nog van uit dat het veroordeelde land zelf moest bepalen welk gevolg zou worden gegeven aan het arrest. Het Hof kende dan enkel een financiële vergoeding toe aan de verzoeker bij wijze van billijke genoegdoening.

Na verloop van tijd begon het EHRM echter ook te wijzen op structurele problemen, bijv. in de wetgeving van het veroordeelde land. Op die manier konden bepaalde richtlijnen die het Hof meegaf in haar arresten, toch al leiden tot aanpassing van de wetgeving.

Sedert 2004 heeft het EHRM beslist om Staten niet langer altijd de keuzevrijheid te laten hoe een bepaald probleem op te lossen. Sedertdien wordt namelijk gebruik gemaakt van pilootarresten. In een pilootarrest wordt dan aan het veroordeelde land uitgelegd hoe een bepaald structureel probleem in het land moet worden aangepakt. Het eerste arrest waarin de term pilootarrest werd gebruikt, was het arrest Broniowski tegen Polen van 28 september 2005. Daarin werd een minnelijke schikking vastgelegd na een eerder arrest van 22 juni 2004 van de grote kamer, waarin het structurele probleem al was uiteengezet. Ook Rusland en Italië kregen al pilootarresten te verwerken.

Het voordeel van pilootarresten is dat daarin een probleem wordt aangekaart dat een grote groep van mensen benadeelt in het veroordeelde land. Doorgaans zijn dan ook tientallen gelijkaardige zaken hangende voor het Hof. Door uitspraak te doen in één zaak en de overige uit te stellen, geeft het Hof het veroordeelde land de kans het structureel probleem op te lossen. Daardoor leidt een pilootarrest, als het tenminste goed wordt opgevolgd, er toe dat het aangekaarte probleem daadwerkelijk wordt aangepakt. Gevolg is dan ook een geringer aantal verzoekschriften voor het EHRM, dat al met een enorme werklast kampt.

Daar staat wel tegenover dat de techniek van pilootarresten ook grote nadelen kent. Een daarvan is dat de andere verzoekers wiens zaak is opgeschort, zich in een juridisch no-man’s land bevinden. Ze moeten immers wachten op een omzetting van het pilootarrest in het nationale recht en hebben lange tijd geen zekerheid over de vraag hoe en wanneer ze zullen worden gecompenseerd voor de geleden schade.

Het arrest van 6 september 2016 tegen België

De zaak die heeft geleid tot het arrest van 6 september 2016, betreft een zekere W.D. die schuldig werd verklaard aan aanranding van de eerbaarheid van een minderjarige. Hij pleegde die feiten op 19-jarige leeftijd. In 2007 werd beslist tot zijn internering. W.D. kampt onder meer met een autisme spectrum stoornis en wordt niet toerekeningsvatbaar geacht voor zijn daden. Het EHRM stelt vast dat hij sedertdien, dus gedurende meer dan negen jaar, in de de psychiatrische afdeling van de gevangenis in Merksplas verbleef zonder enige vorm van behandeling en zonder enig perspectief op heropname in de samenleving. Dat maakt voor het Hof een schending uit van het verbod op onmenselijke behandeling, zoals gewaarborgd door art. 3 EVRM (§116 van het arrest). Het Hof erkent wel dat de overheid vanaf 2011 bepaalde inspanningen heeft gedaan om een geschikte opvang te zoeken, maar stelt vast dat dit niets heeft opgeleverd en dat dit te wijten is aan een structureel probleem. In de psychiatrische afdeling van de gevangenissen is de medische ondersteuning van geïnterneerden immers onvoldoende en externe plaatsing is veelal onmogelijk door een gebrek aan plaatsen (§112).

Het Hof beslist ook dat de detentie zonder aangepaste hulp en therapie een schending uitmaakt van art. 5.1 EVRM (recht op vrijheid en veiligheid). Verder wordt ook een schending van de artikelen 5.4 (recht op rechterlijke controle van de vrijheidsberoving) en 13 EVRM (recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel) vastgesteld.

Het eerste heeft te maken met het feit dat het Hof vaststelt dat een geïnterneerde in België eigenlijk niets kan beginnen om zijn toestand te verbeteren. Vanaf 2009 ambieerde W.D. een opvang buiten de gevangenis. Zijn detentie in Merksplas werd echter stelselmatig verlengd. Er werd immers geen externe instelling gevonden waar er plaats was of waar men bereid was W.D. op te nemen. Volgens de Belgische Staat was dat te wijten aan W.D. zelf, die onvoldoende gemotiveerd zou zijn geweest (§130). Het Hof veegt dat argument van tafel. W.D. heeft immers wel degelijk zijn wensen verduidelijkt en vroeg met name om een aangepaste behandeling voor daders van seksuele misdrijven. Dat verzoek was redelijk, zeker als rekening gehouden wordt met het feit dat een geïnterneerde zelf maar moeilijk kan oordelen over wat voor hem de geschikte therapie zou zijn (§131). Ten slotte verwijst het Hof nog naar vier eerder principe-arresten tegen België, waarvan de zaak L.B. de eerste was (§132).

De schending van de artikelen 5.4 en 13 EVRM volgt bijna automatisch uit het voorgaande. Het Hof kan alleen maar vaststellen dat het gebrek aan een daadwerkelijk rechtsmiddel voor geïnterneerden in België een structureel probleem is dat te wijten is aan een tekort aan personeel in de psychiatrische afdelingen van de gevangenissen en een tekort aan plaatsen in externe instellingen (§151). Het probleem situeert zich dus niet enkel binnen justitie, maar ook binnen het departement volksgezondheid. Daartegen heeft een geïnterneerde geen verhaal. Ook het vragen van een schadevergoeding via de burgerlijke rechter wordt door het Hof niet als een daadwerkelijk rechtsmiddel beschouwd. Dat kan namelijk enkel leiden tot een geldelijke tegemoetkoming, maar niet tot een verbetering van de situatie op vlak van detentie (§153).

Om al deze redenen wordt de Belgische Staat verplicht om, binnen de twee jaar, de toestand van geïnterneerden te verbeteren en in overeenstemming te brengen met het EVRM. In afwachting daarvan worden alle gelijkaardige hangende zaken (dat zijn er een vijftigtal) tegen België opgeschort. Aan W.D. moet de Belgische Staat alvast een morele schadevergoeding van 16.000,00 euro betalen.

Evaluatie

Het EHRM heeft klare taal gesproken. De behandeling van geïnterneerden in België, al lang beschouwd als een schandvlek binnen justitie, moet anders. De Belgische Staat heeft dat na de eerste veroordelingen in Straatsburg wel al ingezien. Zo werd op 6 mei 2014 een forensisch psychiatrisch centrum in Gent ingehuldigd en wordt momenteel een gelijkaardig centrum in Antwerpen gebouwd. In die centra kunnen geïnterneerden worden opgevangen en voorzien van een aangepaste behandeling. Op 1 oktober 2016 treedt ook een nieuwe interneringswet in werking. Volgens de bevoegde ministers zou er tegen het einde van de legislatuur geen enkele geïnterneerde meer in de gevangenis mogen verblijven. Met het pilootarrest van het EHRM is de deadline in elk geval strak en duidelijk. Binnen twee jaar wordt de situatie opnieuw geëvalueerd. Dan zal moeten blijken dat de maatregelen niet too little too late zijn geweest, maar wel degelijk het structurele probleem hebben opgelost. Is dat niet zo, dan riskeert ons land heel wat schadevergoedingen te moeten ophoesten.

Intussen werd ons land wel toebedeeld met de twijfelachtige eer een pilootarrest te zijn toegewezen. Dat mag gerust omschreven worden als een historische blaam.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:09:47+00:00