>Pop-up reglementering in Vlaanderen
Pop-up

Door Stefaan Sonck – 10/08/2016 – In de kijker

pop-up reglementering in vlaanderen

Engelse terminologie beheerst stilaan de commerciële wereld. Na de CEO’s, de B2B, de sales en andere Outletstores, kennen we sinds kort de pop-ups, genoemd naar het internetfenomeen van de opduikende (commerciële) vensterboodschappen.

Pop-up zaken (in het Frans treffend boutiques éphémères genoemd) trekken de aandacht, niet in het minst na de televisietijd die werd besteed aan pop-up restaurants die tegen mekaar worden uitgespeeld in een afvallingswedstrijd.

Het fenomeen van de kortstondig opduikende handelszaken had nood aan een wettelijk kader.

De algemene handelshuurwetgeving wil immers de huurder beschermen door hem de garantie te bieden dat hij zeker 9 jaar, en eigenlijk zelfs tot 36 jaar zijn handelsactiviteit kan uitoefenen in het gehuurde pand. Indien de huurder echter een kort verblijf beoogt, staan hem volgens de gewone handelshuurwet slechts twee opties open: een overeenkomst aangaan die hij mits opzegtermijn van 6 maanden kan opzeggen bij het verstrijken van een driejarige periode, of zich beroepen op de bepaling betreffende de seizoens- of gelegenheidsverhuring (zoals jaarbeurzen, tentoonstellingen e.d.). Wie een andere regeling beoogde, moest juridisch creatief zijn.

Hieraan heeft de Vlaamse decreetgever alvast een mouw willen passen door dit nieuwe decreet (in Brussel en Wallonië blijkt de wetgever nog even de kat uit de boom te willen kijken).

De doelstelling blijkt te zijn om tijdelijke handelsconcepten als springplank te laten fungeren naar een duurzame detailhandel, waarbij men voor beide partijen (verhuurder en huurder) de drempels wil verlagen. Een wetgeving inzake korte-termijn-huur zou (jonge) ondernemers aanzetten om te starten wegens vermindering van het risico, zou leegstand helpen bestrijden en eigenaars kunnen overhalen om sneller te verhuren.

Het decreet bevat, samengevat, volgende regeling:

  • de overeenkomst mag ten hoogste voor één jaar worden gesloten (de tekst is slordig opgesteld: zie hierna); meerdere opeenvolgende overeenkomsten zijn mogelijk, zonder dat ze samen langer mogen zijn dan één jaar;
  • het pand moet gebruikt worden voor een kleinhandel of ambachtelijke bedrijvigheid, met rechtstreeks contact tussen de huurder en het publiek (ongeacht de wijze waarop);
  • de huurder mag niet onderverhuren, noch de huur overdragen;
  • de huurder draagt de kosten van algemene nutsvoorzieningen; de belastingen op het onroerend goed worden geacht in de huurprijs te zijn begrepen;
  • verbouwingen kunnen onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd; het decreet voorziet tevens wat met deze verbouwingen kan gebeuren bij het einde van de huur;
  • de huurder heeft geen “recht” op huurhernieuwing noch op een uitzettingsvergoeding;
  • de huurder kan steeds (met aangetekend schrijven of deurwaardersexploot) opzeggen, mits het naleven van een opzegtermijn van één maand;
  • wordt het onroerend goed verkocht of geschonken, dan moet de geregistreerde huurovereenkomst worden nageleefd door de verkrijger.

Het decreet bevat tevens enkele bepalingen inzake geschillenregeling voor de rechtbank.

Deze regelgeving inzake korte-termijn-huur kan weliswaar de drempel verlagen om een handelsactiviteit op te starten, maar neemt uiteraard niet weg dat andere drempels overeind blijven (toegang tot de markt, inschrijving KBO, btw-reglementering, sociale zekerheidsverplichtingen, (voedsel)veiligheidsreglementering, enz.).

Jammer genoeg bevat de tekst wel enkele slordigheden.

Zo blijken in artikel 15, dat handelt over de rechter die bevoegd is om kennis te nemen van een geschil, de termen naar keuze van de eiser verdwaald te zijn. Mogelijk moeten zij wat opschuiven in de tekst.

Erger echter, is de omschrijving van het toepassingsgebied van het decreet.

Zo wordt in artikel 2 gesproken van contracten die gesloten zijn voor een termijn die gelijk is aan of korter is dan één jaar, terwijl in artikel 3 wordt vermeld dat de duur van de huur de duur van een geheel jaar niet (mag) bereiken of overtreffen. Was het niet gewoon de bedoeling om te stellen dat de huurtijd ten hoogste één jaar mag zijn?

Een andere slordigheid in artikel 2 betreft een overblijfsel uit het voorstel van decreet dat, ingevolge een gedeeltelijke amputatie van deze oorspronkelijke tekst, wel een bijzondere voorwaarde gaat vormen. Thans staat er letterlijk dat het decreet van toepassing is op de huur van onroerende goederen die door de huurder in hoofdzaak gebruikt worden voor kleinhandel of een ambacht, en dat dit moet blijken uit een uitdrukkelijke overeenkomst van partijen in de loop van de huur. Wij gaan er van uit dat het niet de bedoeling is te verbieden dat partijen vóór de aanvang van de huur hun overeenkomst schriftelijk vastleggen…

Wij durven de decreetgever suggereren om op korte termijn de tekst te zuiveren van slordigheden.

Het decreet treedt in werking op 1 september 2016 en is niet van toepassing op lopende huurovereenkomsten.

Decreet van 17 juni 2016 houdende huur van korte duur voor handel en ambacht, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juli 2016 (ed. 1), p. 45675

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T22:12:45+00:00