>Schuldig voor ieder wederwoord
sport

Door Anne-Marie De Clerck en Walter Van Steenbrugge – 17/01/2019 – In de kijker

schuldig voor ieder wederwoord

Een slordige acht jaar geleden lanceerde Het Belang van Limburg een online poll over de befaamde parachutemoord. In deze poll werd gepeild naar de mening van de lezers of E.C. al dan niet de parachute van haar liefdesrivaal had gesaboteerd. Of de lezers van de krant het dossier kenden, was van geen tel. De loutere berichtgeving van de krant moest volstaan om te kunnen stemmen over de schuld van E.C. Barabbas of E.C.? Het was anno 2010 ver de schaamte voorbij.

Deze week bracht de Pano-redactie een reportage over vermeende fraude bij het uitreiken van humanitaire visa. De journalist in kwestie zei daarin de afspraak te hebben gemaakt met het Antwerpse parket om de reportage uit te zenden op het gepaste ogenblik. Dat gepaste ogenblik blijkt de dag te zijn van de arrestatie van M.K., gemeenteraadslid uit Mechelen, die in de reportage wordt aangeduid als kopstuk in de visa-fraude. Het gaat om misdrijven van mensensmokkel, passieve corruptie, lidmaatschap van een criminele organisatie en afpersing. De reportage brengt geen wederwoord van M.K. op de aantijgingen door een reeks anonieme getuigen. Men presenteert aan het publiek al het belastend bewijs nog vooraleer M.K. één woord heeft kunnen spreken of door het gerecht is gehoord. Geen trial by media zoals bij E.C., maar investigation by media,… eigenlijk nog veel erger.

Een strafrechtelijk onderzoek is geheim, dat wil de wet. Openbaring van dit geheim is zondermeer strafbaar. Het geheim van het onderzoek heeft ook een doel. Het dient op de eerste plaats de waarheidsvinding, dat onderweg niet gehinderd of besmet mag worden als gevolg van publieke openbaarmakingen. Het onderzoek moet in alle sereniteit kunnen verlopen en dit met respect voor de rechten van alle partijen, hierbij ook inbegrepen deze van de verdachte. Als alles in de openbaarheid wordt gegooid, nog voor de verdachte zich heeft kunnen verdedigen, of zelfs iets zeggen, dan  worden zijn basisrechten geschonden. Het vermoeden van onschuld en het recht om in een machtsverhouding met de overheid niet ook nog extra onderdrukt te worden door de duim van de burger, zijn fundamentele mensenrechten. Ze moeten de zwakkere beschermen tegen de disproportionele machtontplooiing die eigen is aan een gerechtelijk onderzoek.

Na de journalist als politicus, nu de journalist als politieman of magistraat. Journalisten zijn geen politiefunctionarissen met aangepaste opleiding. Het verhoren van getuigen kan tijdens een journalistieke reportage niet volgens de wettelijke waarborgen verlopen van een strafonderzoek. Die belangrijke regels bestaan niet voor niets, maar strekken ertoe de foutenmarge in de zoektocht naar de waarheid zoveel mogelijk te verkleinen.

Het Europees Mensenrechtenhof vindt het de plicht van het Openbaar Ministerie om bij berichtgeving over lopende onderzoeken, het evenwicht te herstellen. Niet in het voordeel van zichzelf, maar wel in het belang van de verdachte en zijn rechten. Op het Openbaar Ministerie rust de fundamentele taak om in zo’n gevallen de verdachte te beschermen en de publieke opinie expliciet te wijzen op het vermoeden van onschuld als absoluut mensenrecht. Het Openbaar Ministerie haalt immers zijn bestaansreden precies uit het toezien op de naleving van de wetten en hogere verdragen. Het Antwerpse parket deed nu precies het omgekeerde van wat het Europees Mensenrechtenhof verplichtend stelt. Dat deze ontoelaatbare parketpirouette gebeurde nog vooraleer een onderzoeksrechter over het lot van M.K. moest beslissen, onder andere over zijn eventuele aanhouding, tart elke verbeelding. Te meer nu de beroering van de publieke opinie een criterium is bij de beoordeling van de noodzaak tot hechtenis. Als het Openbaar Ministerie, als betrokken procespartij, de afspraak maakt met een journalist om een zeer bezwarende reportage te brengen exact op de dag dat het de aanhouding vraagt van de verdachte, mag deze praktijk minstens bedenkelijk genoemd worden.

Als deze ontoelaatbare praktijk wordt getolereerd, dan opent zich snel de deur naar volgende cases, met de zekerheid op misbruiken en afrekeningen allerlei. Een nieuw tijdperk is dan aangebroken, middeleeuws van aard. Wie in de pers wordt afgeschilderd als misdadiger, zal dan veroordeeld zijn voor iedere tussenkomst van een rechter. En dat in een zelfverklaarde rechtsstaat.

We mogen ons de vraag stellen of dit de weg is die we willen opgaan. De gewenning aan het pseudo-procesvoeren via de media, is op lange termijn bijzonder schadelijk. Ze tast de erkenning aan van de rechter als enige instantie die oordeelt over schuld. Bovendien is het een waanidee dat rechters immuun zouden zijn voor wat maatschappelijk beroert.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-01-23T10:37:18+00:00