>Sinds 1 januari 2020 is het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen van toepassing op alle vennootschappen en verenigingen. Wat als uw statuten nog niet zijn aangepast?
sport

Door Karel Paelinck en Sofie Mombaerts – 2/01/2020 – In de kijker

sinds 1 januari 2020 is het nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen van toepassing op alle vennootschappen en verenigingen. wat als uw statuten nog niet zijn aangepast? 

Met de jaarwissel kondigt zich eveneens de tweede fase aan van de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Vanaf 1 januari 2020 is het WVV van toepassing op elke vennootschap en vereniging[1]. Dit betekent echter niet dat alle ondernemingen tegen 1 januari 2020 hun statuten moesten aangepast hebben aan het WVV. Hiervoor liet de wetgever tijd tot 1 januari 2024[2]. Maar is dit uitstel een vloek of een zegen?

voortaan heeft dwingend recht voorrang op uw statuten…

Indien u de statuten van uw onderneming nog niet wijzigde, is voorzichtigheid wel geboden. De dwingende bepalingen van het WVV die betrekking hebben op uw onderneming hebben voortaan immers voorrang op uw statuten. Informeer u dus tijdig over de rechtsgeldigheid van uw statuten onder de nieuwe wet, en ga er niet zomaar van uit dat de beslissingen van uw bestuursorgaan of uw algemene vergadering onder het nieuwe WVV rechtsgeldig genomen zijn.

Enkele opvallende wijzigingen voor de bvba

Een bvba wordt automatisch onderworpen aan de dwingende bepalingen van de BV. Op dit vlak is onduidelijkheid troef: de wetgever bepaalde immers niet op limitatieve wijze welke bepalingen dwingend van aard zijn. De Memorie van Toelichting bij het WVV geeft weliswaar een zekere richting.

  • Elke bvba dient voortaan de rechtsvorm BV te hanteren op facturen en andere stukken.
  • Bestuurders van vennootschappen en verenigingen zijn voortaan hoofdelijk aansprakelijk voor alle fouten die de bestuurders maken in de uitoefening van hun functie. Onder het oude regime bestond de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel voor overtredingen van de wet of van de statuten. Hoewel de aansprakelijkheid van de bestuurders in omvang wordt beperkt, leest u in onze eerdere bijdrage dat de cap eerder een maat voor niets lijkt te zijn. Statutaire exoneratieclausules of vrijwaringsbedingen zijn bovendien hoe dan ook niet langer geldig. Overweeg dus zeker een verzekering voor uw bestuurdersaansprakelijkheid.
  • Bestuurders mogen niet meer deelnemen aan de beraadslaging en de stemming omtrent de agendapunten waarbij zij een belangenconflict hebben. Zij moeten dit belangenconflict voorafgaand melden aan de overige bestuurders. Om misbruik te voorkomen, moet de onthouding daarenboven expliciet genotuleerd worden, en dit op straffe van – in bepaalde omstandigheden – de nietigheid van het bestuursbesluit en de aansprakelijkheid van de betrokken bestuurders.
  • Bestuurders kunnen voortaan niet langer in die hoedanigheid door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap verbonden zijn.
  • Opgelet voor raden van bestuur waarin een persoon in meerdere hoedanigheden zetelt (bv. enerzijds als natuurlijk persoon en anderzijds als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon). Dit is niet langer geldig. De vaste vertegenwoordiger moet een natuurlijk persoon zijn die nog niet zetelt in een andere hoedanigheid, op straffe van de ongeldigheid van het bestuursbesluit. Benoem dus tijdig een nieuwe vaste vertegenwoordiger!
  • Een BV kan slechts tot winstuitkering overgaan indien ze de netto-actieftest en de liquiditeitstest doorstaat, d.w.z. indien haar netto-actief na de uitkering niet negatief wordt en indien de onderneming na de uitkering haar redelijk te verwachten schulden nog zal kunnen voldoen gedurende een periode van twaalf maanden. Het verdient aanbeveling om elke beslissing van het bestuursorgaan tot winstuitkering grondig te documenteren. Onrechtmatige uitkeringen kunnen teruggevorderd worden van de aandeelhouders. Ook riskeren de bestuurders aansprakelijk gesteld te worden.
  • De uitgifte van nieuwe aandelen vereist, op straffe van nietigheid, een verslag opgesteld door het bestuursorgaan waarin de vastgestelde uitgifteprijs wordt verantwoord en de gevolgen voor de vermogens- en lidmaatschapsrechten van de aandeelhouders worden beschreven. Indien de vennootschap een commissaris heeft, moet deze de financiële en boekhoudkundige gegevens uit dit verslag bevestigen. De aandeelhouders kunnen van deze verslagplicht voor het bestuursorgaan afstand doen, behalve bij een inbreng in natura.
  • Statutaire overdrachtsbeperkingen moeten gemeld worden in het aandelenregister en daarmee strijdige overdrachten zijn niet tegenwerpelijk aan de vennootschap of aan derden. Indien een aandeelhoudersovereenkomst overdrachtsbeperkingen bevat, moeten deze op verzoek van een aandeelhouder in het aandelenregister opgenomen worden. Vergeet dit niet te doen!

Enkele opvallende wijzigingen voor de cvba

  • De cvba wordt onder het nieuwe wetboek een CV. Bijgevolg moet een cvba voortaan 2020 de rechtsvorm CV hanteren op facturen en andere stukken.
  • Nieuw in het WVV is evenwel dat deze rechtsvorm is voorbehouden voor de vennootschappen met een werkelijke coöperatieve gedachte[3]. De niet-coöperatieve cvba’s dienen zich vóór 1 januari 2024 om te vormen tot een BV (of een andere rechtsvorm).

In afwachting van deze omvorming zijn de dwingende bepalingen van de BV (en dus niet de CV!) van toepassing op de niet-coöperatieve cvba’s. Met andere woorden: zonder statutenwijziging zal een niet-coöperatieve cvba zich aldus een CV moeten noemen, maar onderworpen zijn aan de dwingende bepalingen van het BV-recht (zoals in het vorig punt beschreven). Coöperatieve cvba’s moeten daarentegen de dwingende bepalingen van de CV toepassen.

Twijfelt u of u voortaan de bepalingen van de BV of de CV moet toepassen? Informeer u tijdig.

…maar uw statuten hebben nog steeds voorrang op het aanvullend recht!

De bepalingen van het WVV die niet dwingend van aard zijn, worden nog niet automatisch van toepassing. Hier kunnen uw statuten dus nog afwijken van de nieuwe wet. Let wel, gelet op de modernisering en de flexibilisering die het nieuwe wetboek inhoudt, is dit niet per sé een goede zaak. De soepelere bepalingen van het WVV zijn namelijk niet van toepassing indien uw statuten de oude, doorgaans strengere wet nog parafraseren.

Denk bijvoorbeeld aan de schriftelijke besluitvorming van het bestuursorgaan. De nieuwe wet bepaalt dat de raad van bestuur mits unanimiteit schriftelijk kan vergaderen, tenzij de statuten dit verbieden. Onder de oude wet kon een bestuursorgaan slechts schriftelijk vergaderen onder uitzonderlijke, dringende omstandigheden die gemotiveerd werden in het licht van het vennootschapsbelang, en dan nog enkel indien de statuten van de vennootschap dit toelieten. Indien uw statuten de schriftelijke besluitvorming toelaten, zullen zij waarschijnlijk deze (strenge) voorwaarden overgenomen hebben. In dat geval kan u zich nu niet op de soepelere nieuwe wet beroepen.

Het WVV voorziet nog een resem andere optionele bepalingen die pas zullen spelen van zodra uw statuten hierin voorzien, bv. vrije overdraagbaarheid van de aandelen in de BV, meervoudig stemrecht, preferentiële dividenden, opheffing van het voorkeurrecht in de BV, uitsluiting en uittreding ten laste van het vennootschapsvermogen, etc.

Indien u ten volle van de voordelen van het WVV wil genieten, moet u de statuten van uw onderneming dus aanpassen.

kortom: time is (not) on your side

De gefaseerde inwerkingtreding van het WVV laat de vennootschappen en verenigingen voldoende tijd om hun statuten aan deze omwenteling aan te passen. Tijd is in deze context echter niet noodzakelijk een zegen. De complexiteit rond de toepasselijke rechtsregels (zie punt 1) en de statutaire struikelblokken die de toepassing van de doorgaans moderne, flexibele nieuwe wet in de weg staan (zie punt 2), doen uw onderneming misschien wel meer kwaad dan goed.

ons advies?

Stap mee in het verhaal van het WVV. Laat uw statuten doorlichten en kies voor duidelijkheid, flexibiliteit en modernisering. Niemand ontsnapt uiteindelijk aan een statutenwijziging, en hier geldt volgens ons absoluut: beter vroeg dan laat.

*           *          *

[1] Vennootschappen en verenigingen die na 1 mei 2019 werden opgericht of die zich sindsdien vrijwillig aan het WVV onderworpen (de zogenaamde opt-in) vallen buiten het bestek van deze bijdrage. Op deze vennootschappen en verenigingen is uitsluitend het WVV van toepassing. Ook verenigingen komen in deze bijdrage niet aan bod.

[2] Met dien verstande dat deze vennootschappen bij de eerstvolgende statutenwijziging vanaf 1 januari 2020 hun statuten moeten conformeren aan het WVV.

[3] Artikel 6:1 van het WVV omschrijft de coöperatieve gedachte als het voldoen aan de behoeften van haar aandeelhouders dan wel derde belanghebbende partijen en/of hun economische en sociale activiteiten te ontwikkelen, onder meer door met hen overeenkomsten te sluiten over de levering van goederen, de verrichting van diensten of de uitvoering van werken in het kader van de activiteit die de coöperatieve vennootschap uitoefent of laat uitoefenen.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2020-01-02T17:54:15+00:00