>Sixties
Sixties

Door Hugo Camps – 15/04/2018 – Buitenspel

sixties

Essays, analyses, interviews en getuigenissen als een moessonregen. Eindeloze pagina’s hebben kranten en tijdschriften besteed aan het revolutiejaar 1968. Zelfs de radio draait weer Mai ’68 van Gilbert Bécaud. “On était fou, on se foutait / du monde entier, des gens mariés / de la république trop tiède.”

Verder ging het over de barricade in de Rue du Bac.

De sixties hebben veel losgewoeld, maar weinig vastgehouden. Van de chaos als breekijzer tegen gevestigde machten is niet veel overgebleven. Integendeel, de roep naar law & order overstemt ruimschoots het verlangen naar verbeelding. De globalisering en internet hebben de avant-garde overgenomen van het experiment.

Ik weet niet of de jaren zestig zo idealistisch waren als toenmalige kroniekschrijvers en filosofen wilden doen geloven. Inclusief ondergetekende. Voor het eerst dompelde het land zich onder in een roes van wanorde die werd aangevuurd door hippies, Pink Floyd en de films van Pasolini en Bertolucci, dat wel. En er waren Brigitte Bardot en Romy Schneider die de schaamte voor het naakt voorbij huppelden.

De maatschappelijke omwenteling beperkte zich hier tot de strijd voor Leuven Vlaams en daarmee, zij het onbedoeld, tot de uitholling van het klerikalisme. De oorlog in Vietnam was nauwelijks een thema en zelfbeheer voor de arbeiders bleef een loze kreet. Er was sprake van een zekere democratisering van gezagsstructuren die oude vormen en waarden moesten inruilen voor debat. Al waren sluipschutters van het status quo nog steeds in de meerderheid. In Vlaamse huiskamers hing onverminderd een kruis aan de muur, met palmtakje, werd in de keuken gegeten op een plastic napje en werden wielrenners en voetballers als goden aanbeden. Freedom of speech was geen levensbehoefte. Ook bizar: rechters werden nog steeds benoemd op voordracht van de particratie en van Bestendige Deputaties.

Vandaag wordt met enige meewarigheid teruggekeken op de jaren zestig. De vrijheid die veroverd werd, was eerder vestimentair dan existentieel. Er werd minder gevochten op Vlaamse kermissen, maar nog meer gedronken. Er ontstonden subnaties: La Rocca, TW. Club Brugge. Gezagsstructuren werden wat meer horizontaal en de heilige graal van het individualisme functioneerde als een Afrikaanse dorpspomp. Lust en genot mochten persoonsgebonden zijn. Wel binnen de perken, natuurlijk.

De collectieve moraal fragmentariseerde mee met de overkill van de informatiemaatschappij.

Nogmaals Gilbert Bécaud in 1980: “Tiens, 12 ans déjà / gu’on est ensemble, presque mariés / Et le petit Pierre, le beau cadeau / Le temps va vite, voyage / Et Mai’68, c’ést une chanson d’un autre âge.”

Mei’68 was veel opwinding en reuring. Flowerpower, abortus, vrije seks, casuïstiek in politiek en samenleving. Maar niet eens een decennium later werd de lof gezongen van de jaren vijftig, de jaren van de wederopbouw, toen Justitieministers nog steeds geen gevangenis bezochten, laat staan in gesprek gingen met gedetineerden. In de zoektocht naar een houvast werd het verlangen naar verbeelding gemarginaliseerd. Als vanouds ging het bruto nationaal product voor op bruto nationaal geluk. Dan wrijft repressie zich in de handen. We waren opnieuw burgers geworden. Vrouwen met hun permanentje, mannen met de vouw in de broek. Mei ’68 was een inspirerend intermezzo, maar de economie had andere prioriteiten. Wat overblijft is nostalgie, gebaseerd op fata morgana’s. Gelukkig zijn er nog de Rolling Stones.

delen op

2018-04-15T18:57:24+00:00