>The rights of the future generations
sport

Door Stefaan Sonck en Pieter-Bram Lagae – 25/10/2019 – In de kijker

the rights of the future generations

Het is een steeds weerkerend credo: “Een mens leeft maar één keer”, en “ je bent het (telkens) waard”…

Steeds meer mensen van onze planeet leven er op los alsof er geen grenzen bestaan. Gelukkig daagt het hier en daar dat er ook verplichtingen bestaan ten aanzien van zij die na ons komen.

Wat volgt is een denkoefening over de rechten van de ‘toekomstige generaties’.

Rechtssubjecten: wie draagt rechten en heeft verplichtingen?

In de meeste hedendaagse rechtsstelsels worden twee soorten rechtssubjecten erkend: natuurlijke, fysieke personen (mensen) en rechtspersonen (gecreëerde entiteiten). Zij bezitten “rechtspersoonlijkheid” en kunnen dus optreden in rechte.

De zogenaamde natuurlijke persoon wordt doorgaans simpelweg gedefinieerd als een mens van vlees en bloed, dat wil zeggen als een biologische entiteit.

Daarnaast bestaan rechtspersonen (bijvoorbeeld een gemeente’, ‘stichting’ of ‘naamloze vennootschap).  Rechtspersonen zijn vrijwel altijd een exemplaar van een bepaald, door de wet voorzien type rechtspersoon en de oprichting van een rechtspersoon vereist daarom over het algemeen een aantal voorbereidende stappen.

“Toekomstige generaties” hebben geen rechtspersoonlijkheid.

Welke rechten hebben deze toekomstige generaties op vandaag?

Op internationaal vlak zagen we al een evolutie, waarbij toekomstige generaties rechten krijgen.

Het concept van de ‘toekomstige generaties’ bestaat reeds sedert 1945, waarbij misdaden tegen de menselijkheid en tegen het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid werden gesanctioneerd (zie artikel 7 Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof).

De Processen van Neurenberg[1] waren de eerste keer in de geschiedenis waarbij personen vervolgd werden voor misdrijven tegen de menselijkheid.

In 1972 werd vervolgens in de Verklaring van Stockholm[2] een verband gelegd tussen de integratie van de mensenrechten en de milieurechten.  In deze verklaring hebben 114 delegaties uit de gehele wereld aangegeven dat collectieve maatregelen noodzakelijk zijn ter bescherming van het milieu.

Het concept van de toekomstige generaties kwam vervolgens expliciet naar voren in het Klimaatverdrag dat volgde na de Conferentie van Rio[3] in 1992. Het uiteindelijke doel van het Verdrag is de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op zo’n niveau dat er geen gevaarlijke wijzigingen in het klimaatsysteem optreden.

Op deze manier ontwikkelde zich het concept van de ‘duurzame ontwikkeling’, waarbij als uitgangspunt geldt dat de mogelijkheid van de toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen niet in gevaar mag worden gebracht.

Van een straffend optreden (na de feiten) werd dus geëvolueerd naar een voorzorgsprincipe, via anticiperende wetgeving met als doel het voorkomen van gezondheids- en milieurampen ter bescherming van de toekomstige generaties.

Op Belgisch vlak

Ook op Belgisch bestaat het concept van de toekomstige generaties. Zo stelt artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet.

“Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en milieu-gebonden aspecten, rekening houdend met de solidariteit tussen de generaties.”

De besprekingen in Senaat en Kamer bij de invoering van dit grondwetsartikel laten blijken dat hiermee ook de solidariteit met toekomstige generaties wordt beoogd.  Dit werd bevestigd door het Grondwettelijk Hof dat in zijn arrest van 28 april 2016 (Arrest nr. 62/2016, overw. B.6.4.) hierover stelde dat de wetgevers rekening moeten houden met de gevolgen van hun beleid voor de toekomstige generaties.

Het concept wordt ook expliciet vernoemd in milieuaangelegenheden. We verwijzen naar artikel  1.2.1. van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en naar artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. In beide wordt expliciet verwezen naar de “toekomstige generaties”.

Naar een ruimere bescherming van de toekomstige generaties?

Zouden de toekomstige generaties geen volwaardig rechtssubject kunnen worden, waaraan rechten worden toegekend waarvan de schending op vandaag voorkomen en/of gesanctioneerd kan worden? Om dat te realiseren moeten we bepalen op welke afdwingbare rechten toekomstige generaties aanspraak moeten kunnen maken. En wie hen in een procedure kan vertegenwoordigen.

Sanctionerende bescherming : De ‘toekomstige generaties’ als procespartij

Toekomstige generaties bestaan nog niet en kunnen dus noch zelf, noch bij volmacht in rechte optreden. Er zou aan gedacht kunnen worden om aan de toekomstige generaties rechtspersoonlijkheid toe te kennen, en erkende mensenrechtenorganisaties een procesvolmacht te geven om namens de toekomstige generaties naar de rechter te stappen.

Een beetje te vergelijken met de natuurverenigingen die een vordering kunnen instellen bij de Belgische milieustakingsrechter van zodra een bepaalde handeling een inbreuk met zich meebrengt op een of andere reglementering die de natuur beschermt.  Of zoals de situatie in Ecuador waar het mogelijk is voor natuuractivisten om namens de natuur naar de rechter te stappen om de rechten die aan de natuur werden toegekend af te dwingen.

Anticiperende bescherming: de rechten van de toekomstige generaties als primair beleidsdoel en als leidraad voor ons gedrag

Denkend vanuit het voorzorgsprincipe dat ontwikkeld werd in milieuaangelegenheden ter bescherming van de toekomstige generaties (zie hoger), dient niet enkel sanctionerend gedacht te worden, maar ook – en vooral – anticiperend. Dat houdt in dat de beleidsmakers, altijd de belangen van de toekomstige generaties moeten hoog houden, maar het betekent ook dat wij, de mensen die nu de planeet bewonen, leren handelen in functie van de toekomstige generaties.

Dat vereist een soort paradigmaverschuiving waarbij de hedendaagse mens als egoïstisch wezen in eerste instantie leert aandacht te hebben voor andermans belang. De jeugd, die het dichtste aanleunt bij de toekomstige generaties nam in België duidelijk reeds het voortouw met de klimaatmarsen (2019).

Besluit

De Koninklijke preambule van wetten vangt steeds aan met : “Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet”.

Opdat toekomstige generaties bij het tot stand komen van wetgeving niet alleen louter aangesproken zouden worden, maar ook effectief betrokken zouden worden als volwaardig rechtssubject, is een paradigmaverschuiving nodig. Die is al ontkiemd.

Burgers, de jeugd op kop, én politici (lokaal, nationaal en internationaal) dienen hun verantwoordelijkheid verder daadwerkelijk op te nemen.

*    *    *

[1] De Processen van Neurenberg zijn de strafprocessen die na afloop van de Tweede Wereldoorlog in de Duitse stad Neurenberg werden gehouden. Het bekendste proces van Neurenberg was tegen 22 kopstukken van het naziregime. Het proces begon op 20 november 1945 en duurde tot 1 oktober 1946, toen het vonnis werd uitgesproken.

[2] De Stockholm-Verklaring legde in 1972 de basisbeginselen van het internationale milieubeleid en -recht vast. Dat was meteen het startschot voor de ontwikkeling van talrijke internationale milieuverdragen; er zijn vanaf dat moment diverse uiteenlopende verdragen gesloten en richtlijnen afgesproken.  De conferentie gaf tevens de aanzet tot de oprichting van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP); de UNEP is een organisatie die later bij mondiale milieuvraagstukken een belangrijke coördinerende rol is gaan spelen.

[3] In juni 1992 werd in Rio de Janeiro, tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling (United Nations Conference on Environment and Development, kortweg “UNCED” en ook wel de Top van Rio, de Rio-Conferentie of de Top van de Aarde genoemd), het Klimaatverdrag afgesloten.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2019-10-25T16:15:27+00:00