>Vergoedingen van amateurscheidsrechters: voortaan belast?
sport

Door Dean Braeckman – 26/06/2020 – In de kijker

vergoedingen van amateurscheidsrechters: voortaan belast?

Lange tijd werd gepleit om een nieuw statuut in het leven te roepen dat de grijze zone diende op te vullen tussen het werknemersstatuut en het vrijwilligersstatuut. In 2018 was het eindelijk zo ver. Sindsdien kan iedereen die werkt of gepensioneerd is, beperkt onbelast bijverdienen. Dit kan onder meer door zich in te zetten voor een sportclub of andere vereniging. In een arrest van 23 april 2020 vernietigde het Grondwettelijk Hof echter deze regeling zodat we terug bij af zijn. De vernietiging gaat evenwel pas in vanaf 2021 zodat er nog tot eind 2020 een beroep op kan gedaan worden.

Voor wie was de regeling bedoeld?

De regeling voor het onbelast bijverdienen zag het licht bij wet van 18 juli 2018. De wet voorziet in een regeling voor “occasionele diensten tussen burgers”, voor “diensten van de deeleconomie” en voor “verenigingswerk”.

Een groot deel van de “verenigingswerkers” zijn actief in de sportsector, onder hen ook vele scheidsrechters. Zij ontvangen een symbolische vergoeding per wedstrijd. Voorheen werden deze ”inkomsten” in bepaalde mate vrijgesteld van belastingen, op grond van een “afspraak” met sommige sportbonden.

Wie een beroep doet op het statuut van verenigingswerker heeft in het jaar 2020 recht op een fiscale en sociale vrijstelling tot 6.430 euro/jaar en maximaal 528,33 euro/maand. Voor de amateurscheidsrechters geldt dus een algemene regeling die te verkiezen is boven de sportfederatiegebonden afspraken.

Grondwettelijk Hof acht de regeling in strijd met het gelijkheidsbeginsel

 Verschillende beroepsorganisaties en vakbonden waren echter gekant tegen de wet van 2018. Werknemers en zelfstandigen, die dezelfde activiteiten uitoefenen, dienen namelijk wel belastingen te betalen en zijn wel onderworpen aan strikte arbeidswetgeving.

Het Grondwettelijk Hof had gehoor voor de argumenten van de beroepsorganisaties en oordeelde dat er geen redelijke verantwoording bestaat voor het verschil in behandeling tussen werknemers/zelfstandigen en “bijklussers”. Het onbelast bijverdienen strijdt dus met het grondwettelijk gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel.

Het Grondwettelijk Hof liet verstaan dat een afzonderlijk statuut voor verenigingswerkers enkel mogelijk zou zijn indien voorzien zou worden in een aangepaste regeling op het vlak van het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit, zoals dat ook werd voorzien in het kader van de flexi-jobs.

Voor scheidsrechters, die behoren tot de verenigingswerkers, gaat deze redenering echter niet op. Zij staan namelijk niet in concurrentie met privébedrijven die dezelfde diensten aanbieden. Wij betreuren dan ook dat de vergoedingsregeling voor scheidsrechters in de sport meegesleurd werd in de val van de wet van 2018.

 Nieuw statuut in de maak?

De vernietiging van de huidige regeling gaat pas in vanaf 2021 zodat nog tot het einde van 2020 daarop een beroep kan worden gedaan. Voorlopig wijzigt er dus nog niets. Men kan nog tot 31 december 2020 onbelast bijverdienen onder het huidige systeem.

Minister Magie De Block liet intussen weten dat men werkt aan een nieuw statuut, ditmaal specifiek voor de sportsector.

Minstens dient een afzonderlijk, gunstig  statuut te worden voorzien voor de scheidsrechters. Er is immers al langer dan vandaag een structureel tekort aan scheidsrechters voor de vele sportwedstrijden die georganiseerd worden in de diverse jeugd- en volwassenenreeksen, dit in nagenoeg alle sportdisciplines.

Gezien er reeds scheidsrechters te kort zijn, moet getracht worden om mensen warm te maken om zich in te zetten als scheidsrechter eerder dan ze af te schrikken met fiscale onduidelijkheden.

Hierbij kan ook de vrijheid worden gelaten aan de verschillende sportbonden om de scheidsrechters verschillend te vergoeden naar gelang de afdeling waarin zij aantreden. Op die manier kunnen de bonden hun scheidsrechters motiveren om zich te verbeteren, bij te scholen en door te stromen naar hogere reeksen. Dit zou ook de kwaliteit van de scheidsrechters alleen maar ten goede komen.

Indien daarentegen niet in een dergelijk statuut zou voorzien worden, valt dan weer te vrezen dat meer en meer scheidsrechters zullen afhaken, terwijl er net nood is aan méér scheidsrechters.

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2020-06-26T12:24:28+00:00