>Vic
Vic

Door Walter Van Steenbrugge – 10/05/2017 – Uit eigen huis

vic

Tussen de plaats waar ik woon en die waar ik werk ligt hooguit een handvol kilometers.

Ergens middenin, ter hoogte van een groot kruispunt, waar de Industrieweg de Grote Baan dwarst, staat op de middenberm, nu al bijna twee jaar, een jongensfiets.

In onschuldig wit, met tussen de spaken rijkrode rozen en een zonnebloem, met op het bovenkader het beeld van een zwaluw.

Stromen wagens passeren er onophoudelijk, toeterend, ritsend, de pas afsnijdend. Maar het fietsje blijft vredig staan. Het is geen verloren voorwerp, want de naam van de fiere eigenaar prijkt in zwarte drukletters op een wit plaatje dat aan de schokdemper is bevestigd.

Nee, het is de fiets van Vic.

Hij staat symbool voor een aan de verkeersdood geofferde jongeling.

Ikzelf kende Vic niet, maar herinner mij wel die vrijdagavond, toen de zon haar roodkoperen licht doofde, de aanblik van een omvergereden jonge fietser. Ik voel nog de stomp in de maag, de kramp tussen hoofd en hart als ik denk aan het kwetsbare, neergesmakte jonge lijfje op het tarmac. Mijn spraak zat toen enige tijd op slot.

Vic was net zestien geworden, stond aan de vooravond van het volle leven, wellicht met karrevrachten vitaliteit en ambitie, iedere toekomst toelachend.

Hoe zo een verlies overleven?

Hoe ontdoet de ouder zich van zijn wurgend beklemmende nachtmerrie die hij niet weet af te schudden, maar die zich verder ontvouwt, hem verplettert omdat hij niet ingebeeld maar doodsecht is?

Hoe diep is het litteken dat dwars door het leven van de nabestaanden van een verkeersslachtoffer wordt getrokken?

Hoe accepteer je het onomkeerbare?

Nabestaanden krijgen soms rust als er geen vragen over de dood meer openstaan, maar kan dat wel bij een dodelijk verkeersongeval, waar fracties van secondes beslissen over leven of dood?

Welk een snijdende pijn treft je als ouder wanneer je terugdenkt aan die laatste kus, die laatste omhelzing voor de aanrijding, aan die laatste groet op het doodsbed?

De ouders van Vic moeten heel bijzondere mensen zijn.

Ze laten hun kind verder in de straat aan de Industrieweg wonen, de plaats van het onheil permanent bewaken, waardoor ze hem eigenlijk in leven laten. Vic kan daar de verkeersdeelnemers bij de keel nemen, de aandacht trekken van de ziel van de passant.

Zelfs Shakespeare kon het verlies van zijn elfjarige zoon geen plaats geven in zijn literair oeuvre.

Als ik Vic passeer bekruipt mij het onbehaaglijke gevoel van de gerechtelijke afhandeling achteraf.

Waar het verhaal van het slachtoffer vaak geborneerd wordt door enkele technische regeltjes, dikwijls armoedig in motivering.

Waar de schadeadvocaat duchtig aan het rekenen slaat, met bedragen goochelt alsof het om koopwaar gaat, emotioneel dan wel zwaar deficitair.

Leed is autonoom, daar kleef je geen euro’s op en al zeker geen bedragen die nauwelijks de kostprijs van kapot koetswerk overstijgen.

De “indicatieve tabellen” dan maar. Nooit zoveel onzin gehoord.

Maar ook de kant van de dader wordt veelal onderbelicht. De levensvragen die de nabestaanden hebben huizen evenzeer in de ratelende hoofden van de daders. De ongewilde, onbewuste onoplettendheid dat een jong leven verwoest, verwoest ook meestal het leven van de doder, die zich tot in het merg voor iets ongewild schuldig voelt, die schuld levenslang met zich meedraagt.

Straks verlaat ik wat vroeger kantoor. Ik wil een zwaluw aan de hemel zien, ergens ter hoogte van de Industrieweg. Daarna leg ik thuis een plaat op van Gerry Rafferty, “Another World”, en dat voor Vic …

Walter Van Steenbrugge in Nieuwe Feiten, na het middagjournaal van 10 mei 2017 op Radio 1 (herbeluister).

delen op

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

Blijft u graag op de hoogte
van onze visie op advocatuur
en de actualiteit?
Geïnteresseerd in lezingen of studiedagen?

schrijf u in op onze nieuwsbrief

2018-06-05T21:59:44+00:00